Waarom hebben we nog geen signaal van aliens opgevangen?

“Waarschijnlijk zijn er miljoenen aardachtige planeten en stikt het van het leven in het heelal. Hoe komt het dan dat we nog geen signaal uit de ruimte hebben ontvangen?”, vraagt André Hummel zich af. “Is het dan toch zoeken naar een naald in een hooiberg?”

Het is grappig dat André de uitdrukking ‘zoeken naar een naald in een hooiberg’ gebruikt, want die staat ook centraal in het wetenschappelijke artikel dat het antwoord op zijn vraag bevat. In deze lap tekst van maar liefst twintig pagina’s schatten de astronomen Jason Wright, Shubham Kanodia en Emily Lubar hoe groot het deel van de ‘kosmische hooiberg’ is dat astronomen tot nu toe op naalden hebben doorzocht.

Lees het hele antwoord op deze lezersvraag op de KIJK-site. 

Overigens doet Yannick Fritschy voortaan de natuur- en sterrekundevragen voor KIJK. Vanwege mijn nieuwe baan bij New Scientist heb ik mijn freelancewerk tot een minimum beperkt en doe ik voorlopig alleen nog de rubriek Far Out. Maar er zullen komende tijd vast nog wel wat oude antwoorden van mijn hand op de KIJK-site verschijnen.

Bespioneren aliens ons vanaf nabije ruimterotsen?

“Niemand zou in de laatste jaren van de negentiende eeuw hebben geloofd dat de zaken van de mensen scherp en nauwkeurig werden geobserveerd door intellecten die groter waren dan die van de mens.” Met die woorden begint H.G. Wells zijn sciencefictionklassieker The war of the worlds. De ‘grote intellecten’ waar het in dit boek over gaat, blijken bewoners van onze buurplaneet Mars te zijn – die in de daaropvolgende hoofdstukken een poging doen de aarde te veroveren. Volgens de 78-jarige Amerikaanse natuurkundige James Benford moeten we echter ook rekening houden met de mogelijkheid dat we in de gaten worden gehouden door aliens die veel verder van ons vandaan wonen. Die zouden ons dan juist van vrij dichtbij kunnen bespieden: vanaf ruimterotsen die bij tijd en wijle niet veel verder weg staan dan de maan.

Lees de nieuwste aflevering van Far Out, mijn rubriek over speculatieve ideeën uit de natuur- en sterrenkunde, op de KIJK-site. Meer van dit soort onderzoek bespreek ik in mijn boek Verstoppertje spelen met aliens.

(Overigens – feitje dat ik nergens in het artikel kwijt kon – is James Benford de tweelingbroer van sciencefictionschrijver Gregory Benford, onder meer auteur van de klassieker TImescape.)

Bovengrens massa graviton bepaald

Bij de zwaartekracht zou een deeltje moeten horen – en naar verwachting weegt dat deeltje niets. Toch heeft een team van Franse sterrenkundigen de mogelijkheid bekeken dat het een heel kleine massa heeft.

Lees het hele bericht op de site van New Scientist. Een heel hoofdstuk over gravitonen vind je in mijn tweede boek, De deeltjessafari.

Twaalf keer hetzelfde sterrenstelsel op één Hubblefoto

Op het plaatje bij dit bericht, gemaakt door de Hubble-ruimtetelescoop, zijn minstens twaalf boogjes te zien. In werkelijkheid zie je hier twaalf keer hetzelfde sterrenstelsel – met dank aan de zwaartekracht van een groep nabijere stelsels. Dit vreemde effect kan ons helpen een mysterie uit het vroege heelal op te lossen.

Lees het hele bericht op de site van New Scientist.

Sunburst Arc

Ook echte vleeseter eet vaker vega bij meer vega-opties

lexitariërs kennen het probleem: het liefst zou je in een restaurant voor een vegetarische optie gaan, maar er staat er maar een op de kaart – en die spreekt je niet aan. Bestel je dan toch maar die fantasieloze roerbakschotel of gebakken camembert? Of ‘zondig’ je en ga je voor een van de vele gerechten met vlees of vis? Dat getwijfel roept de vraag op: als restaurants meer vegetarische opties aanbieden, kiezen mensen dan ook vaker voor vleesloos? Het klinkt als een open deur, maar volgens Emma Garnett en collega’s van de Universiteit van Cambridge is deze kwestie nooit echt wetenschappelijk onderzocht.

Lees het hele bericht op de site van New Scientist.

En tja, de ‘ja duh’-reacties liggen bij dit soort berichten op de loer (die probeer ik dan ook een beetje voor te zijn in bovenstaande inleiding), maar je moet zoiets toch onderzoeken voordat je er echt iets over kan zeggen. Bovendien vond ik het resultaat dat juist de klanten die het verst aan de vleeskant van het spectrum zitten vaker voor vegetarisch gaan als er meer vega-opties zijn wel degelijk verrassend.

Benieuwd alleen hoe goed het bericht scoort. De bezoekers van de New Scientist-site zijn toch vooral van de extreme natuur- en sterrenkunde – waar ik op zich graag in voorzie, maar soms moet je ook eens iets anders durven aanbieden. Of, om in lijn met bovenstaand bericht te blijven: verandering van spijs doet eten.

Relativiteitstheorie versus kameleontheorieën

Afgelopen zomer waren ze weer eens overal online te lezen: koppen als ‘Einstein had gelijk! Algemene relativiteitstheorie weet opnieuw test te doorstaan’. Deze keer was de theorie op de pijnbank gelegd door te kijken naar het superzware zwarte gat in het centrum van ons sterrenstelsel, de Melkweg. Dat bleek de beweging van een nabije ster precies te beïnvloeden volgens de regels die Einstein meer dan honderd jaar geleden bedacht om de zwaartekracht te beschrijven. Je zou dan kunnen zeggen: nou, als die relativiteitstheorie zelfs prima klopt in de extreme omstandigheden in de buurt van een zwart gat, zal hij dus wel overal in het heelal opgaan. Maar dat hoeft niet zo te zijn. Misschien laten juist gebieden met heel wéínig zwaartekracht zien dat Einsteins theorie niet het hele verhaal is. En misschien werpt dat wel nieuw licht op een van de grote open vragen uit de sterrenkunde: waarom dijt het heelal steeds sneller uit?

Lees de nieuwste aflevering in serie ‘Far Out’ op de KIJK-site of koop het oktobernummer van KIJK in de winkel of online voor 6,25 euro.

Overigens kan ik melden dat ik deze rubriek mag blijven voortzetten, ook al ben ik sinds begin van deze maand eindredacteur van de Nederlandse New Scientist. Voor de rest vrees ik dat mijn freelancewerk op een erg laag pitje komt te staan; er zitten helaas maar zoveel uren in een week, waarvan ook nog eens een flink aantal wordt opgesoupeerd door onze dochter van anderhalf. Maar goed: een van mijn leukste klussen heb ik dus kunnen behouden.

Hebben zwarte gaten inderdaad geen haar?

Gek genoeg nog niet hier vermeld, maar: sinds begin van de maand ben ik eindredacteur van de Nederlandse editie van New Scientist! Later misschien meer over mijn overstap, voor nu even een siteberichtje dat ik afgelopen week schreef:

Een zwart gat heeft geen haar, zo nemen natuurkundigen al decennia aan. Wat ze daarmee bedoelen: een zwart gat wordt getypeerd door slechts drie eigenschappen, namelijk zijn massa, zijn draaiing en zijn elektrische lading. Twee zwarte gaten die hetzelfde wegen, even snel in het rond bewegen en dezelfde lading hebben, zijn dus identiek. Het maakt niet uit hoe ze zijn ontstaan of wat ze in de loop der tijd naar binnen hebben getrokken. Natuurkundigen Matthew Giesler en Maximiliano Isi zijn er nu samen met anderen in geslaagd die stelling te testen.

Lees het hele bericht op de site van New Scientist!

Leuk om te merken dat een nieuwsbericht als dit behoorlijk goed scoort onder de bezoekers. Qua interesses heb ik dus in elk geval een boel met mijn nieuwe publiek gemeen.

Halo-drive: ruimteschepen versnellen met zwarte gaten

De grote makke van een ruimteschip versnellen is dat je er in de regel brandstof voor nodig hebt. Die moet je dus meenemen – wat je ruimteschip zwaarder maakt. Maar als je een zwaarder ruimteschip wilt versnellen, heb je meer brandstof nodig. Die je ook weer moet meenemen, waardoor je ruimteschip nog zwaarder wordt, enzovoort. Kortom: als je een beetje groot ruimteschip een beetje snel wilt laten gaan, kom je al gauw in de problemen. Tenzij je de benodigde energie niet uit meegebrachte brandstof haalt, maar uit  iets anders. David Kipping, astronoom aan de Columbia-universiteit in New York, heeft misschien wel de meest extreme vorm daarvan bedacht: een ruimteschip dat versnelt dankzij twee om elkaar heen bewegende zwarte gaten.

Lees de nieuwste aflevering van mijn rubriek ‘Far Out’ op de KIJK-site. Die overigens gemakkelijk te vullen blijft; gekke ideeën uit de natuur- en sterrenkunde genoeg. Maar leuke suggesties zijn altijd welkom, natuurlijk.

Loopt de computerchip tegen zijn grenzen aan?

Hoe lang is de Wet van Moore nog houdbaar, de vuistregel die stelt dat elke twee jaar het aantal transistors op een chip verdubbelt? Oftewel: hoe lang kunnen we onze computers nog krachtiger maken? Die vraag staat centraal in het acht pagina’s tellende coververhaal dat ik schreef voor het deze week verschenen nummer van KIJK. Continue reading