Vuur verspreidde zich 400.000 jaar geleden als lopend vuurtje over aarde

Zelf een vuurtje aanmaken en vervolgens zorgen dat het blijft branden, moet honderdduizenden jaren geleden een enorme stap voorwaarts hebben betekend. Een vuur houdt je warm, beschermt je tegen roofdieren, je kunt er betere materialen mee maken, je kunt er eten op bereiden… Bovendien verlengt het je dag. Je hoeft niet meer naar bed als het donker wordt, maar kunt rond het vuur met elkaar keuvelen na een dagje jagen en verzamelen.

Maar hoe heeft de mens dat trucje onder de knie gekregen? Werd de controle over vuur op allerlei plaatsen afzonderlijk ontdekt? Of verspreidde deze uitvinding zich in korte tijd over de hele aarde? En hebben verschillende mensachtigen (Homo sapiensHomo erectus, neanderthalers, denisovamensen) de kunst van het vuur maken bij elkaar afgekeken? Archeoloog Katharine MacDonald en collega’s van de Universiteit Leiden denken het laatste.

Lees het hele artikel op de site van New Scientist

Ook de NOS heeft nu trouwens een artikel over deze studie, zie ik net; waarschijnlijk naar aanleiding van mijn stuk (waar de anonieme auteur ook naar linkt, onderaan).

Toch geen meer onder zuidpoolijs Mars?

‘Voor het eerst hebben onderzoekers een significante hoeveelheid vloeibaar water gevonden op Mars’, schreef New Scientist in juli 2018. ‘Anderhalve kilometer onder het ijs van Mars’ zuidpool schuilt waarschijnlijk een 20 kilometer brede zoutwaterlaag.’

Dat bleek toen uit radarmetingen van het instrument MARSIS, aan boord van de Europese sonde Mars Express. De radiogolven die werden teruggekaatst door het spul onder het zuidpoolijs waren sterker dan verwacht. En dat zou duiden op de aanwezigheid van vloeibaar water.

Een nieuwe analyse van MARSIS-data laat echter zien dat er op allerlei andere plekken óók sprake was van zulke sterke gereflecteerde radiogolven. Inclusief plekken waar het toch echt te koud lijkt voor vloeibaar water in wat voor vorm dan ook.

Lees het hele bericht op de site van New Scientist.

Muggen infecteren met bacteriën helpt tegen dengue

Soms moet je vuur met vuur bestrijden – en soms ziekteverwekkers met ziekteverwekkers. Zo is de bacterie Wolbachia pipientis een heel geschikt wapen tegen het door muggen verspreide virus dat dengue of knokkelkoorts veroorzaakt. Dat blijkt uit de meest uitgebreide studie over dit onderwerp tot nu toe, geleid door infectieziekte-expert Cameron Simmons van de Australische Monash-universiteit.

Lees het hele artikel op de site van New Scientist.

Natuurkundigen denken over deeltjesversneller rond de maan

De 22 kilometer lange Large Hadron Collider, momenteel ‘s werelds grootste en krachtigste deeltjesversneller, gaat voorlopig niet met pensioen. En diens beoogde opvolger, de 100 kilometer lange Future Circular Collider, zal op zijn best pas ergens halverwege deze eeuw met zijn werk beginnen. Toch hebben natuurkundigen James Beacham  en Frank Zimmermann alvast een artikel online gezet over een nog futuristischere machine. De omtrek: 11.000 kilometer.

Zo’n apparaat zou duizend keer zo hoge botsingsenergieën kunnen halen als de LHC, stelt het tweetal. En hoe hoger de botsingsenergie, hoe zwaarder de deeltjes die bij zo’n botsing kunnen ontstaan. Een 11.000 kilometer lange versneller zou dus weleens deeltjes aan het licht kunnen brengen waarvan we het bestaan nog niet eens vermoeden.

Maar waar bouw je in hemelsnaam een cirkelvormige buis van 11.000 kilometer? Niet ergens hier op aarde, zo stellen Beacham en Zimmermann, maar helemaal rond de maan. De versneller die zij voor zich zien, heeft dan ook als werktitel de Circular Collider on the Moon, afgekort de CCM.

Lees het hele artikel op de site van New Scientist.

Flippende atomen moeten quantummaterialen begrijpelijk maken

De quantummechanica is een prima theorie – maar hij vertelt je niet altijd wat je wilt weten. Soms kun je er bijvoorbeeld goed mee uitrekenen wat er gebeurt als je het hebt over een handvol deeltjes, maar worden de berekeningen totaal onhandelbaar als je gaat kijken naar tientallen of honderden deeltjes. Beetje jammer als je een materiaal wilt begrijpen dat uit vele triljoenen atomen bestaat. Soms is het dan handiger om zo’n materiaal atoom voor atoom op te bouwen en ‘simpelweg’ te kijken wat er gebeurt. Natuurkundige Sander Otte en collega’s van de TU Delft hebben nu de eerste stap in dat proces gezet door twee deeltjes in een bijzondere toestand te brengen.

Lees het hele stuk op de site van New Scientist.

‘De fusiedroom’ bevat een foutje…

Altijd spannend, als iemand die écht helemaal in het onderwerp zit je nieuwe boek van kaft tot kaft leest. Bij De deeltjesdierentuin was dat Frank Linde, toenmalig directeur van het Nederlandse deeltjesinstituut Nikhef. Hij meldde me dat de Japanse neutrinodetector Super-Kamiokande niet 50.000 liter extreem zuiver water bevatte, maar 50.000 ton.

Jammer natuurlijk, zo’n foutje (dat dankzij Linde’s mailtje alleen in de eerste druk staat), maar tegelijkertijd dacht ik: als dat het enige is wat ie heeft kunnen vinden… (Oké, er stonden stiekem nog wel wat meer foutjes in, maar daar had Linde blijkbaar overheen gelezen.)

Opgelucht

Bij mijn nieuwe boek, De fusiedroom, was de vuurdoop dat Tony Donné het boekje onder ogen kreeg. Donné is sinds 2014 directeur van EUROfusion, het overkoepelende orgaan van het Europese fusieonderzoek, daarvoor was hij hoofd fusieonderzoek van het Nederlandse instituut DIFFER én de Nederlandse programmaleider voor de internationale fusiereactor ITER. Iemand die je niets over fusie hoeft te vertellen, kortom. Continue reading

Wat heeft een zwart gat gemeen met een atoom?

In eerste instantie lijkt het moeilijk om twee dingen te bedenken die meer van elkaar verschillen dan een zwart gat en een atoom. De lichtste zwarte gaten die we tot nu toe hebben ontdekt, zijn nog altijd een paar keer zo zwaar als onze eigen zon, de zwaarste exemplaren hebben een tientallen miljarden keren grotere massa. Een waterstofatoom weegt een triljard keer zo weinig als een korreltje zand. Wat kan het een dan met het ander gemeen hebben? Nou, best wel wat, zeggen natuurkundige Taishi Ikeda van de Sapienza-universiteit in Rome en collega’s. Zij zien een intrigerende overeenkomst tussen enerzijds zwarte gaten en hun omgeving, en anderzijds een atoomkern of molecuul omringd door elektronen. En daarmee hopen ze nieuwe deeltjes op het spoor te komen.

Lees het volledige artikel op de site van KIJK. Niet de makkelijkste Far Out-aflevering om te schrijven; hoop dat ie een beetje werkt.

Kanker veel gewoner in middeleeuwen dan gedacht

Kanker klinkt als een echte kwaal van de moderne tijd. In de middeleeuwen werden mensen sowieso minder oud, dus liepen ze minder kans de ziekte te krijgen. Bovendien was tabak nog niet vanuit Amerika naar Europa gehaald. Ook had de industriële revolutie met de bijbehorende verspreiding van kankerverwekkende stoffen nog niet plaatsgevonden. En virussen die kanker in de hand werken, konden zich destijds lang niet zo makkelijk over de wereld verspreiden als nu. Toch, zo blijkt uit nieuw onderzoek, had in de middeleeuwen tussen de 9 en de 14 procent van de overledenen kanker. Dat is slechts een kwart tot een derde van het huidige cijfer – maar wel tien keer zoveel als eerdere studies uitwezen. En misschien ligt het echte percentage nog een stuk hoger.

Lees het hele bericht op de site van New Scientist! Leuk uitstapje naar een voor mij totaal nieuw vakgebied, waarbij ik gelukkig precies de juiste Nederlandse expert wist te vinden om commentaar op de studie te geven.

Stuk in Parool: wanneer halen we energie uit kernfusie?

Verschenen in Het Parool: een artikel van mijn hand over wat we wel en niet mogen verwachten van de ITER- en DEMO-route naar kernfusie.

In feite betreft het hier een samenvatting van hoofdstuk 4 van mijn nieuwe boekje, De fusiedroom. (Een samenvatting die ik maakte terwijl mijn vriendin de eerste weeën voelde opkomen die diezelfde avond nog zouden leiden tot de geboorte van ons tweede kind, dus vergeef het me als er nog ergens een vuiltje in zit…)

Continue reading