Helpt verpulverd basalt tegen klimaatverandering?

Om de klimaatverandering af te remmen, kunnen we ernaar streven zo min mogelijk broeikasgassen uit te stoten. Bovendien kunnen we proberen de broeikasgassen die we wél uitstoten – of al hebben uitgestoten – weer uit de lucht te halen. Eén manier om dat laatste te doen, is basalt uitstrooien over land, stellen fysisch geograaf en klimatoloog Daniel Goll van de Universiteit van Augsburg in Duitsland en collega’s in Nature Geoscience. Hoeveel zoden zet dat aan de dijk? En wat zijn de mogelijke nadelen?

Lees het hele stuk op de site van New Scientist. Of in het novembernummer van New Scientist. Of in Het Parool. (Ja, ’t is goedgebruikte ‘content’, inmiddels.)

De reacties zijn… interessant. ‘Dit werkt en dat is niet bedoeling’, want dan vormt het een ‘bedreiging voor de klimaatagenda’ die een ‘bodemloos verdienmodel’ moet worden. (Alle bezwaren die ik behandel, zijn blijkbaar uit de duim gezogen.) Of nee, het is juist een slécht plan, want je mag helemaal geen koolstofdioxide uit de atmosfeer halen vanwege de bomen. (De kwetsbaarheid van de natuur: altijd een belangrijk speerpunt bij klimaatsceptici.) ‘Zolang dit alleen in Nederland gebeurt, verandert er niks.’ (Het is geen Nederlandse studie en niemand suggereert het alleen in Nederland in te zetten, áls het al ooit wordt ingezet, maar goed.). En ook op de site van New Scientist kun je de leunstoelexperts aan het werk zien.

Losse flodders

Begrijp me niet verkeerd; interactie over zo’n bericht kan zeker interessant zijn. Zo zette een kunstenaar op Instagram vraagtekens bij het uitstrooien van basaltstof omdat het spul giftig is, zo wist hij uit eigen ervaring. Mailtje naar de onderzoekers gestuurd, die reageerden met: inderdaad, dat klopt, en daarom is het ook zeker niet hun favoriete verspreidingsmethode. Ze noemden hem vooral omdat zélfs zo’n dure en veel koolstofdioxide-uitstotende methode als een crop dusting plane nog de moeite waard kan zijn. Zelf geven de onderzoekers echter de voorkeur aan gerichtere verspreiding met drones. Ook denken ze aan het voorbehandelen van het basaltstof, bijvoorbeeld met een coating. Kijk, da’s echt een element dat in mijn oorspronkelijke stuk onbesproken bleef, en waar ik zelf ook meteen nieuwsgierig van werd. 

Maar met elk nieuwtje over het klimaat hoor je vooral wat mensen vanuit hun loopgraaf de dingen roepen die ze waarschijnlijk al járen roepen. Het weerwoord daarop is waarschijnlijk op tal van plekken te vinden – maar nee, daar gaan deze strijders niet naar op zoek. Ze hebben hun silver bullet in het klimaatdebat ooit gevonden en die blijven ze afschieten, te pas en vooral heel vaak te onpas. Boeien dat het een losse flodder is.

Stokpaardjes

Bekend verschijnsel, trouwens. Bij corona zie je het ook steeds, en toen ik ooit voor KIJK een genuanceerd bericht schreef over één studie naar hoe gezond vegetarisch eten is, kreeg ik zowel de vegetariërs als de vleeseters over me heen. Heel druk maak ik me er niet (meer) om, al blijft het jammer dat zoveel mensen nieuwsberichten niet lezen, maar alleen maar gebruiken als startschot voor hun stokpaardje.

 

Kunnen we de Melkweg koloniseren voor het te laat is?

Met een pandemie die nog steeds over de wereld raast en het nieuwste, nog pessimistischere klimaatrapport van het IPCC in het achterhoofd is het niet vreemd als je bent gaan twijfelen over de toekomst van de mens op aarde. Hoelang kunnen we hier nog rondwandelen voordat een of andere ramp ons de das om doet?

De oplossing, volgens grote namen als Stephen Hawking en Elon Musk: onze soort verspreiden over meerdere planeten. Te beginnen met Mars, maar hopelijk komen daarna ook verdere bestemmingen binnen bereik – liefst zelfs buiten ons eigen zonnestelsel. Want hoe groter het gebied waarover de mensheid is verdeeld, hoe kleiner de kans dat één megaramp onze hele soort de kop kost.

Alleen: hoelang gaat het minimaal duren voor we zover zijn? Dat hebben Jonathan Jiang en Kristen Fahy van het NASA-lab JPL in Californië en de gepensioneerde ingenieur Philip Rosen proberen uit te rekenen.

Lees het hele artikel op de site van KIJK (of bestel KIJK 10/2021; daar staat het stuk netjes opgemaakt in).

Overigens vond ik het zelf heel stoer een reactie los te hebben gepeuterd van natuurkundige en sciencefictionschrijver David Brin, die ook over SETI heeft gepubliceerd. Helaas staat er in de geredigeerde versie van het stuk ‘…stelt de Amerikaanse natuurkundige en sciencefictionschrijver David Brin in een reactie op het artikel’, en door dat toegevoegde woordje ‘een’ lijkt het net alsof ik zijn quote uit een of andere blog- of social-media-post heb geplukt. Maar nee, mensen, hij heeft de paper dus op míjn verzoek gelezen en speciaal voor míj een reactie getikt. Dat dat maar even duidelijk is.

Eindelijk fulltime freelancer!

Ik was er nog niet aan toegekomen om er een blogpost over te schrijven, maar sinds 1 september 2021 ben ik fulltime freelancer! Na jaren aan voornamelijk regel- en redigeerwerk vond ik het hoog tijd om me te gaan richten op dat wat ik het liefste doe: schrijven over wetenschap.

En oké, ik heb ook wat eindredactiewerk op me genomen, want dat zijn toch wel prettige vaste inkomsten waarvoor je gewoon een dagtarief kunt rekenen. Oh ja, en ik verzorgde begin september de openingsles van de cursus Wetenschapsjournalistiek van de Stichting Cursussen Wetenschapscorrespondentie, en afgelopen vrijdag een lezing voor de tweede European Fusion Teacher Day. Oké, dus eigenlijk is het meer een bonte mix van wetenschapsjournalistieke- en bladenmaaktaakjes, maar ik kan wel zelf de verhouding bepalen.

Mocht je me trouwens voor het een of ander willen inhuren – zie deze (zojuist bijgewerkte) pagina voor mijn contactgevens. Wees er snel bij, want mijn agenda vult zich rap! :)

Experiment vertelt ons meer over silicium, neutronen én een vijfde kracht

Door neutronen af te vuren op siliciumkristallen, hebben Amerikaanse onderzoekers een aantal interessante metingen kunnen doen. Die leren ons meer over de kristallen, de neutronen – én over een mogelijke extra natuurkracht.

Lees het hele bericht op de site van de Nederlandstalige New Scientist.

Perseverance verzamelt eerste monsters van Mars

Eén van de taken van Marsrover Perseverance is monsters verzamelen – niet om die zelf te onderzoeken, maar om ze veilig te stellen voor een toekomstige missie die ze moet gaan ophalen. Zoals we eerder schreven, mislukte begin augustus de eerste poging. Inmiddels is het wél gelukt twee samples uit een Martiaans rotsblok te halen, zo meldt NASA. 

Ook wat betreft Ingenuity, de onbemande helikoper die Perseverance vergezelt, is er goed nieuws te melden. Waar dit apparaatje van minder dan 2 kilogram aanvankelijk vijf vluchten zou maken, staat de teller nu al op twaalf. Inmiddels heeft de NASA dan ook besloten dit deel van de missie voor onbepaalde tijd te verlengen.

Lees het hele bericht op de site van de Nederlandstalige New Scientist!

Gesampelde steen op Mars

Het rotsblok waar Marsrover Perseverance twee monsters uit boorde. Foto: NASA/JPL-Caltech

Vuur verspreidde zich 400.000 jaar geleden als lopend vuurtje over aarde

Zelf een vuurtje aanmaken en vervolgens zorgen dat het blijft branden, moet honderdduizenden jaren geleden een enorme stap voorwaarts hebben betekend. Een vuur houdt je warm, beschermt je tegen roofdieren, je kunt er betere materialen mee maken, je kunt er eten op bereiden… Bovendien verlengt het je dag. Je hoeft niet meer naar bed als het donker wordt, maar kunt rond het vuur met elkaar keuvelen na een dagje jagen en verzamelen.

Maar hoe heeft de mens dat trucje onder de knie gekregen? Werd de controle over vuur op allerlei plaatsen afzonderlijk ontdekt? Of verspreidde deze uitvinding zich in korte tijd over de hele aarde? En hebben verschillende mensachtigen (Homo sapiensHomo erectus, neanderthalers, denisovamensen) de kunst van het vuur maken bij elkaar afgekeken? Archeoloog Katharine MacDonald en collega’s van de Universiteit Leiden denken het laatste.

Lees het hele artikel op de site van New Scientist

Ook de NOS heeft nu trouwens een artikel over deze studie, zie ik net; waarschijnlijk naar aanleiding van mijn stuk (waar de anonieme auteur ook naar linkt, onderaan).

Toch geen meer onder zuidpoolijs Mars?

‘Voor het eerst hebben onderzoekers een significante hoeveelheid vloeibaar water gevonden op Mars’, schreef New Scientist in juli 2018. ‘Anderhalve kilometer onder het ijs van Mars’ zuidpool schuilt waarschijnlijk een 20 kilometer brede zoutwaterlaag.’

Dat bleek toen uit radarmetingen van het instrument MARSIS, aan boord van de Europese sonde Mars Express. De radiogolven die werden teruggekaatst door het spul onder het zuidpoolijs waren sterker dan verwacht. En dat zou duiden op de aanwezigheid van vloeibaar water.

Een nieuwe analyse van MARSIS-data laat echter zien dat er op allerlei andere plekken óók sprake was van zulke sterke gereflecteerde radiogolven. Inclusief plekken waar het toch echt te koud lijkt voor vloeibaar water in wat voor vorm dan ook.

Lees het hele bericht op de site van New Scientist.

Muggen infecteren met bacteriën helpt tegen dengue

Soms moet je vuur met vuur bestrijden – en soms ziekteverwekkers met ziekteverwekkers. Zo is de bacterie Wolbachia pipientis een heel geschikt wapen tegen het door muggen verspreide virus dat dengue of knokkelkoorts veroorzaakt. Dat blijkt uit de meest uitgebreide studie over dit onderwerp tot nu toe, geleid door infectieziekte-expert Cameron Simmons van de Australische Monash-universiteit.

Lees het hele artikel op de site van New Scientist.

Natuurkundigen denken over deeltjesversneller rond de maan

De 22 kilometer lange Large Hadron Collider, momenteel ‘s werelds grootste en krachtigste deeltjesversneller, gaat voorlopig niet met pensioen. En diens beoogde opvolger, de 100 kilometer lange Future Circular Collider, zal op zijn best pas ergens halverwege deze eeuw met zijn werk beginnen. Toch hebben natuurkundigen James Beacham  en Frank Zimmermann alvast een artikel online gezet over een nog futuristischere machine. De omtrek: 11.000 kilometer.

Zo’n apparaat zou duizend keer zo hoge botsingsenergieën kunnen halen als de LHC, stelt het tweetal. En hoe hoger de botsingsenergie, hoe zwaarder de deeltjes die bij zo’n botsing kunnen ontstaan. Een 11.000 kilometer lange versneller zou dus weleens deeltjes aan het licht kunnen brengen waarvan we het bestaan nog niet eens vermoeden.

Maar waar bouw je in hemelsnaam een cirkelvormige buis van 11.000 kilometer? Niet ergens hier op aarde, zo stellen Beacham en Zimmermann, maar helemaal rond de maan. De versneller die zij voor zich zien, heeft dan ook als werktitel de Circular Collider on the Moon, afgekort de CCM.

Lees het hele artikel op de site van New Scientist.

Flippende atomen moeten quantummaterialen begrijpelijk maken

De quantummechanica is een prima theorie – maar hij vertelt je niet altijd wat je wilt weten. Soms kun je er bijvoorbeeld goed mee uitrekenen wat er gebeurt als je het hebt over een handvol deeltjes, maar worden de berekeningen totaal onhandelbaar als je gaat kijken naar tientallen of honderden deeltjes. Beetje jammer als je een materiaal wilt begrijpen dat uit vele triljoenen atomen bestaat. Soms is het dan handiger om zo’n materiaal atoom voor atoom op te bouwen en ‘simpelweg’ te kijken wat er gebeurt. Natuurkundige Sander Otte en collega’s van de TU Delft hebben nu de eerste stap in dat proces gezet door twee deeltjes in een bijzondere toestand te brengen.

Lees het hele stuk op de site van New Scientist.