Categorieën
Sterrenkunde

Ontstonden de eerste continenten dankzij de Melkweg?

Volgens de meeste wetenschappers is de vorming van de aardkorst – de tot 40 kilometer dikke laag gesteente die onze planeet omhult – een puur aardse aangelegenheid. Een internationaal team van geologen en astronomen denkt daar echter anders over: volgens hen heeft het heelal ook wat in de melk te brokkelen gehad. Als de jonge aarde in zijn baan rond het centrum van ons sterrenstelsel, de Melkweg, door een spiraalarm bewoog, zou dat de aardkorstvorming namelijk een flinke boost hebben gegeven. Dit verschijnsel, zo claimt een persbericht van de Geological Society of America over het onderzoek, zou zo zelfs “geholpen hebben met de vorming van de eerste continenten”. Hoe zit dat?

Lees het hele artikel op de KIJK-site, of in KIJK 1/2023.

Categorieën
Natuurkunde

Brengt de ‘doorbraak’ in de VS echt kernfusie dichterbij?

Kranten en sites wereldwijd spreken over een ‘doorbraak’ en een ‘mijlpaal’ binnen de kernfusie. Wat is er precies gebeurd? En brengt dit resultaat energiecentrales die op fusie draaien echt dichterbij?

Lees het hele bericht op de KIJK-site.

En voor de duidelijkheid: het is superknap wat er de afgelopen jaren aan het NIF gebeurt. Al bij de vorige mijlpaal zei DIFFER-directeur Marco de Baar: “Ik herinner me nog dat we toen ik net gepromoveerd was over deze opzet zeiden: ‘Dat wordt nooit wat.’ Dus petje af dat het ze nu toch gelukt is.” En nu gaat het én om veel meer energie, én produceren de fusiereacties in de brandstofcapsule daadwerkelijk meer energie dan de erop gerichte lasers aanleveren. Gaaf.

Showstoppers

Maar… Laten we ook weer niet allemaal dingen gaan roepen als ‘een grote stap richting kernfusie als energiebron’. Want van een levensvatbare commerciële reactor zijn we met dit soort fusie echt nog een heel eind van verwijderd. Zoals ik in het bovenstaande stuk uitleg, zijn er allerlei potentiële showstoppers.

En natuurlijk: het kan ook zijn dat het allemaal geen showstoppers blijken. Dat elke oplossing die de laserfysici bedenken voor een openstaand probleem meteen werkt. En dat we dus straks in recordtijd een nieuw type fusiereactor hebben dat zich kan meten met de tokamak, het ontwerp waar het grootste deel van de fusiegemeenschap de afgelopen decennia op heeft ingezet en dat nu veel en veel verder gevorderd is.

Maar wanneer is het in het fusieonderzoek ooit zó voorspoedig gegaan, de afgelopen zeventig jaar?

De fusiedroom
Meer weten over kernfusie? Lees mijn vorig jaar verschenen boekje De fusiedroom!
Categorieën
Overig

‘Zoek donkere materie waar het spul nauwelijks voorkomt’

Elke maand stuur ik coördinerend redacteur Naomi een lijstje met mogelijke onderwerpen voor deze rubriek – en elke maand zit daar wel een studie tussen die op de een of andere manier te maken heeft met de zoektocht naar donkere materie. ‘Alwéér?’, hoor ik Naomi in gedachten al uitroepen als ik op ‘verzenden’ klik. Maar ja, het spul vormt nu eenmaal een van de grote hete hangijzers binnen de natuur- en sterrenkunde.

Vreemd is dat allerminst. Vijf zesde van het heelal lijkt te bestaan uit donkere materie, oftewel: deeltjes die we niet kunnen zien, maar die met hun zwaartekracht wel hun omgeving beïnvloeden. En tja, als het je werk is om het universum te doorgronden, is het feit dat de deeltjes die daar het meest in voorkomen je voor een compleet raadsel stellen toch wel een beetje… gênant.

Tussen de recente pogingen om deze pijnlijke kwestie de wereld uit te helpen, viel mijn oog op een studie waarin de auteurs suggereren op zoek te gaan naar donkere materie in de grote stukken lege ruimte tussen sterrenstelsels. Apart, dacht ik: daar is niet alleen weinig gewone materie te vinden, maar ook weinig van de donkere variant. Hoezo zou je daar juist op die plekken naar gaan zoeken? Gelukkig mocht ik er van Naomi een stukje over tikken, waardoor ik een excuus had er wat dieper in te duiken.

Lees het hele artikel, eerder gepubliceerd in KIJK 11/2022, op de KIJK-site.

Categorieën
Natuurkunde

Proton reageert niet volgens boekje op elektrisch veld

Ze vormen een ingrediënt van elk atoom: protonen. Maar hoe deze alomtegenwoordige deeltjes precies in elkaar zitten, is nog altijd niet helemaal duidelijk. Zo blijkt nu dat ze zich anders gedragen dan onze huidige theorie voorschrijft als je ze confronteert met een elektrisch veld. Waar dat door komt, is nog onduidelijk.

Lees het hele bericht op de KIJK-site. Weer eentje voor mijn verzameling natuurkundige anomalieën.

Categorieën
Natuurkunde Sterrenkunde

Kun je sneller dan het licht door een wormgat?

Stel dat wormgaten werken zoals vaak wordt voorgespiegeld in films. Je reist erdoor en bent in een oogwenk duizend lichtjaar verderop. Dan heb je dus een afstand afgelegd waar het licht duizend jaar over had gedaan – en is je snelheid, althans vanuit het oogpunt van het heelal buiten het wormgat, veel hoger dan die van het licht geweest.

Aan de ene kant is dat natuurlijk hét grote voordeel van een wormgat. Aan de andere kant leidt het ook tot grote problemen, zegt sterrenkundige Thomas Bronzwaer van de Radboud Universiteit. “Als iets sneller dan het licht kan gaan, ligt de volgorde van twee gebeurtenissen niet meer vast. En dan krijg je paradoxen. Stel bijvoorbeeld dat ik een brief schrijf die jij vervolgens ontvangt.

Als we snelheden hoger dan de lichtsnelheid toestaan, kun jij die brief ontvangen voordat ik hem geschreven heb. Maar wat als ik vervolgens besluit iets anders in die brief te zetten? Daarom geloven we dat niets sneller dan het licht kan gaan.”

In een recent wetenschappelijk artikel beweren natuurkundigen Juan Maldacena en Alexey Milekhin echter dat dit probleem eigenlijk een non-issue is. Volgens hen schrijft de quantummechanica namelijk voor dat “de tijd die het duurt om door een wormgat te gaan langer moet zijn dan de tijd die het kost om ‘buitenom’ van het ene uiteinde naar het andere reizen”. En als dat zo is, krijg je ook geen gekke situaties waarbij een gevolg aan zijn eigen oorzaak voorafgaat.

Lees de rest van dit flinke kader behorende bij mijn artikel over wormgaten op de KIJK-site.

Het complete wormgatenverhaal vind je in KIJK 11/2022, te verschijnen op 13 oktober.

Categorieën
Overige wetenschap

Verouder je sneller door angst en eenzaamheid dan door roken? (Nee.)

Wat bepaalt hoe snel je lichaam veroudert? Op die vraag doken Amerikaanse en Chinese onderzoekers door te kijken naar de gegevens van bijna 12.000 Chinezen. Hun conclusies, gepubliceerd in het tijdschrift AgingUS: psychologische factoren, zoals hoe eenzaam je je voelt of hoe angstig je bent, hebben bij elkaar genomen een groter effect op je biologische leeftijd dan bijvoorbeeld roken. Andere wetenschappers plaatsen daar echter hun vraagtekens bij.

Lees het hele bericht op de KIJK-site.

Eenzaamheid niet zo belangrijk

De kop daar, ‘Angst en eenzaamheid doen je sneller verouderen dan roken’, is trouwens niet van mijzelf. (Maar die van mij was te saai, dus ik snap dat er iets anders boven is gezet.) Zoals ik in het stuk uitleg, winnen psychologische factoren het sowieso alleen van roken als je ze bij elkaar optelt – iets wat volgens de geciteerde hoogleraar Andrea Maier niet zomaar mag. Afzonderlijk (of met twee bij elkaar genomen) hebben ze allemaal minder effect dan roken.

In het wetenschappelijke artikel is bovendien te zien wélke psychologische factoren dan het meest bijdragen aan je biologische leeftijd (tabel 3, pagina 6). En dan blijkt eenzaamheid – verrassend genoeg – een van de minst belangrijke.

Vaak angstig zijn is wel een grote factor, net als weinig hoop ervaren of je zelden gelukkig voelen. (Maar ja, die laatste variabele lijkt mij dan weer een goed voorbeeld van waar Maier op doelt in haar kritiek: dat de genoemde psychologische factoren niet onafhankelijk van elkaar zijn. Als je hopeloos en bang bent, zul je je in de regel ook niet erg gelukkig voelen.) En rusteloze nachten hebben van alle bekeken psychologische factoren de grootste impact op je biologische leeftijd.

De ergste oudmaker

Maar goed, er staan aanhalingstekens rond de kop, wat mediataal is voor: ‘Dit wordt gezegd, we zijn het er niet per se mee eens.’ (Zo gebruik ik ze zelf ook, al piept er dan altijd wel een klein stemmetje: maar snapt iedere lezer dat wel?) En het persbericht over het onderzoek heeft het in zijn eigen kop over being lonely and unhappy – twee factoren die ook de abstract van het wetenschappelijk artikel als voorbeelden noemt.

Gek genoeg, want de onderzoekers zelf zouden toch moeten weten dat volgens hun eigen studie juist eenzaamheid niet zoveel gewicht in de schaal legt. En dat die twee factoren samen helemaal niet roken van zijn bedenkelijke troon stoten als ergste oudmaker.

Waardeer dit artikel!

Vond je dit artikel interessant? Met een kleine bijdrage steun je mijn journalistieke werk en help je deze site in de lucht te houden!

Donatie Jean-Paul Keulen € -
Categorieën
Overige wetenschap

Diamant geeft beeld van aarde op 660 kilometer diepte

Hoe zit de planeet onder onze voeten in elkaar? Die vraag is nog best lastig te beantwoorden. Want waar de afstand tot de aardkern bijna 6400 kilometer bedraagt, komen we met onze diepste boorgaten maar tot een kilometer of twaalf. Hoe bestuderen geologen dan wat daarónder allemaal gebeurt?

Met diamanten bijvoorbeeld. Die kunnen namelijk van honderden kilometers diep komen – en onderweg allemaal mineralen oppikken. Een bijzondere combinatie van zulke mineralen laat nu zien dat de aarde ‘waterig’ is op een diepte van 660 kilometer, melden Amerikaanse en Italiaanse wetenschappers in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Geoscience.

Lees het hele bericht op de KIJK-site.

Categorieën
Natuurkunde

Tweede higgsdeeltje gevonden? Niet echt…

Tien jaar geleden ontdekten natuurkundigen het higgsboson: het laatste deeltje waarvan we eigenlijk wel wisten dat het moest bestaan, maar dat nooit eerder experimenteel was aangetoond. Een mijlpaal van jewelste, waarvan het jubileum afgelopen zomer feestelijk werd gevierd. Veel minder aandacht kreeg ondertussen een artikel dat verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift Nature. Terwijl dat toch óók de ontdekking van een higgsdeeltje aankondigde. Een ‘axiaal’ higgsboson, om precies te zijn.

Alsof een extra higgsdeeltje nog niet genoeg is, zou dit deeltje bovendien de weg kunnen wijzen naar de oplossing van misschien wel het heetste hangijzer uit de natuur- en sterrenkunde: het donkerematerieprobleem. Vijf zesde van het heelal lijkt te bestaan uit deeltjes die we niet kunnen zien, maar die met hun zwaartekracht wel hun omgeving beïnvloeden. En nu had een Amerikaans team van wetenschappers een deeltje ontdekt dat daar een verklaring voor zou kunnen bieden! Waar is de champagne, mensen?

Lees het hele stuk – eerder verschenen in KIJK 9/2022 – nu op de KIJK-site!

Interessant? Links naar eerdere andere afleveringen in dezelfde reeks Far Out vind je hier.

Categorieën
Natuurkunde

Vallen twee voorwerpen met verschillende massa’s écht even snel?

Als je er nog nooit over na hebt gedacht, klinkt het misschien gek, maar: iets zwaars valt niet sneller dan iets lichts, zo weten we al enkele eeuwen. Een zak veren valt in principe even snel als een kanonskogel – als je tenminste de wrijving buiten beschouwing laat.

Albert Einstein maakte dat principe begin twintigste eeuw tot een hoeksteen van de algemene relativiteitstheorie, nog steeds onze beste beschrijving van de zwaartekracht. In die context spreken fysici dan over het zogenoemde zwakke equivalentieprincipe. Jan de Boer, hoogleraar natuurkunde aan de Universiteit van Amsterdam, omschrijft dat principe als volgt: “Alle objecten waar geen externe krachten op werken, leggen exact hetzelfde pad door de ruimtetijd af, ongeacht hun massa of samenstelling.”

Maar als natuurkundige hoor je je te blijven afvragen: is dat wel écht zo? Misschien klopt het zwakke equivalentieprincipe toch niet helemaal, als je maar héél precies kijkt. En dat is wat de onderzoekers achter de missie MICROSCOPE de afgelopen jaren heeft gedaan. Vandaag publiceerden ze hun uitkomst: de meest precieze test van het equivalentieprincipe tot nu toe.

Lees het hele stuk op de site van KIJK.

Categorieën
Sterrenkunde

Andere baan Jupiter kan aarde nóg leefbaarder maken

Wie een blik werpt op de andere planeten in ons zonnestelsel, zal al gauw zeggen: ‘Bewoonbaarder dan de aarde wordt het niet.’ Ga je een eindje richting de zon, dan wordt het al snel te heet voor leven. Ga je de andere kant op, dan wordt het al gauw te koud. Maar maakt dat de aarde daadwerkelijk het toppunt van ‘leefbaarheid’? Of kan het stiekem nóg een stukje beter?

Ja, stellen Pam Vervoort, promovendus aard- en planeetwetenschappen aan de Universiteit van Californië te Riverside en collega’s in een nieuw wetenschappelijk artikel. Als Jupiters baan een andere vorm had gehad, was de aarde nog wat bewoonbaarder geweest.

Lees het hele stuk, inclusief kritische reactie van sterrenkundige Simon Portegies Zwart, op de KIJK-site.