Hoe pitch je een artikel? 10 tips

Voordat je aan het schrijven kunt slaan, moet je een redactie eerst ervan overtuigen dat je artikelidee het uitwerken waard is. Althans, dat zou ik van harte aanraden. Een stuk eerst helemaal maken en dan pas op zoek gaan naar een medium dat het wil plaatsen, leidt al gauw tot een boel werk voor niets. Bovendien gaat die werkwijze voorbij aan het feit dat tijdschriften en kranten hun eigen niveau en toon hebben waar jij al schrijvende rekening mee hoort te houden. Vooral vooraf pitchen dus en pas aan de slag gaan als je het groene licht hebt gekregen. Maar hoe krijg je dat groene licht dan? Tien tips uit de praktijk. (Die geschreven zijn met wetenschapsjournalistiek in gedachte, maar grotendeels op alle schrijfklussen voor publieksmedia toepasbaar zijn.) Continue reading

‘De deeltjesdierentuin’ in NWT Magazine

Van de week zag ik pas dat mijn boek ook wordt besproken in het januarinummer van NWT Magazine. Veel lovende woorden gelukkig, maar ook een kanttekening:

Knap is hoe Keulen ook de ingewikkeldste onderwerpen – antimaterie, supersymmetrie en de rol van bosonen in het standaardmodel – ogenschijnlijk moeiteloos uitlegt. Alleen wanneer de achterliggende natuurkunde écht mateloos ingewikkeld wordt, zoals het geval is bij de ontdekking van het higgsboson, moet Keulen noodgedwongen concessies doen. Het gevolg is dat lezers hier en daar een vakterm of principe moeten slikken zonder dat die écht bevredigend wordt uitgelegd.

Hier kan ik het alleen maar mee eens zijn. Ik heb lang op het higgshoofdstuk zitten broeden en ben uiteindelijk uitgekomen bij een tekst waar ik vrede mee heb, maar ik zie ook in dat hij veel van de lezer vraagt en op punten onbevredigend is. Moet absoluut beter kunnen. Continue reading

Wat is een goede blogfrequentie?

Ik ben er altijd een groot fan van als wetenschapsjournalisten aan het bloggen slaan. Twitter is leuk voor de losse flodders, de actuele linkjes en af en toe een fittie met een collega. Artikelen in kranten en tijdschriften zijn het opgepoetste eindproduct; de teksten die na lang researchen, puzzelen en schrijven een mooi rond geheel vormen. Maar daarnaast komen er geregeld gedachten, redeneringen of betogen in je op die niet in 140 tekens passen én die niet een, twee, drie op te waarderen zijn tot heusch, betaald artikel.

Enter het oude, vertrouwde blog, dat soms overkomt als een vorm van internetgebruik die door sociale media opzij is geduwd, maar dat wat mij betreft nog steeds een rol te spelen heeft. En dan niet zozeer als uitlaatklep voor de ‘man in de straat’ – die zijn ei doorgaans prima op Facebook kwijt kan – maar met name voor specialisten die echt iets te melden hebben over hun onderwerp. Zoals de eerdergenoemde wetenschapjournalisten, maar ook wetenschappers, mensen uit andere beroepsgroepen en fanatieke hobbyisten met veel verstand van zaken. Continue reading

Vertaal eens wat minder!

Eind 2011 nam ik me op de lezerssite Goodreads voor om in 2012 minstens 55 boeken te lezen. Dat is gelukt, zij het nét: afgelopen week sloeg ik boek nummer 55 dicht. En nu dan dus een jaarlijstje? Hm, lastig. Uiteraard komt er zoveel uit dat ik in geen enkel genre een geloofwaardige deuk heb kunnen slaan. Zelfs niet in de non-fictieboeken, terwijl ik die beroepsmatig in de gaten houd. Continue reading

‘Frequente chocolade-eters minder dik’ – een terugblik

Een tijdje geleden was het hét wetenschapsberichtje van de dag: het verband tussen chocolade-eet-frequentie en een lage body mass index (BMI), geclaimd door Beatrice Golomb en twee collega’s in de Archives of Internal Medicine. Eerst omdat het een onweerstaanbaar navertelweetje was, zo bleek wel op Twitter, daarna vanwege de vele sceptische geluiden die er te horen waren – over het onderzoek an sich én de berichtgeving erover. Aangezien ik zelf ook een berichtje wijdde aan het artikel, wil ik ‘met de kennis van nu’ daar nog even op terugblikken, om te zien hoe goed of slecht ik het destijds heb aangepakt. Continue reading

De aanloop naar Majorana-avond

Interessant leesvoer: TU Delft-voorlichter Michel van Baal schreef een flinke blogpost over zijn beleving van de aanloop naar ‘Majorana-avond’, toen het werk van Leo Kouwenhoven groot de journaals en de praatprogramma’s haalde. Ik word ook nog even genoemd:

Op Twitter stelt wetenschapsjournalist @jeanpaulkeulen meteen dat zijns inziens het door de NOS gestelde verband tussen de Majorana’s en die van de eventuele donkere materie niet klopt. Daar heeft hij gelijk in, de ontdekking van het een zegt niets over het andere. Journalist Peter van de Ploeg (@pvdp) reageert naar mij: “Ja, maar jullie suggeren het zelf.” Ik kijk nog eens naar het persbericht. Dat verband staat er strikt genomen niet, maar ik snap wel wat ze bedoelen: je kunt het inderdaad wel zo begrijpen. We hebben wellicht iets te veel geanticipeerd op de waarom-vraag: die alinea is bedoeld om uit te leggen waarom onderzoek aan Majorana’s zo interessant is. Leerpuntje voor de volgende keer.

Mijn vier tweets over de kwestie – schijnbaar zelfs voor mede-wetenschapsjournalisten nogal onbegrijpelijk – werkte ik later uit tot dit uit de kluiten gewassen blogje (overigens naar aanleiding van RTL Nieuws, niet het NOS-journaal – maar blijkbaar maakte dat dezelfde fout).

Terzijde: ik schreef zelf eind februari al over Kouwenhovens Majorana-deeltjes, maar verwijt mezelf nu dat ik dat bericht niet heb aangevuld op basis van de daadwerkelijke Science-paper en het, toen het embargo verliep, opnieuw heb gepost op de KIJK-site. Ik had simpelweg niet verwacht dat het nieuws nog zoveel aandacht zou krijgen, aangezien het een toch wel erg complex onderwerp betrof én er enkele maanden eerder al aardig wat over was geschreven. Maar blijkbaar was de combinatie van een grote Science-publicatie, kreten als “nieuw deeltje”, “donkere materie” en “quantumcomputer”, en, laten we eerlijk zijn, een flinke scheut chauvinisme, desondanks onweerstaanbaar voor de media. Dat is dan mijn leerpuntje voor de volgende keer…

Mogelijk nieuwe planeet in zonnestelsel? Nou…

Let op: dit is een oud bericht, dat ik op 17 februari 2011 op mijn vorige weblog publiceerde!

Dat je voor betrouwbaar wetenschapsnieuws in de regel niet bij De Telegraaf moet zijn, was me al duidelijk. Toch schrok ik van het berichtje ‘Mogelijk nieuwe planeet zonnestelsel’ van deze week. Zó veel fouten, in zó weinig regels tekst… Ongelofelijk. Lees even mee.

Wetenschappers van NASA hebben een mogelijk nieuwe planeet op de rand van het zonnestelsel ontdekt.

Het gaat om twee wetenschappers, John Matese en Daniel Whitmire. Beiden natuurkundigen verbonden aan de Universiteit van Lafayette te Louisiana, niet ‘van NASA’. Van een ontdekking is bovendien geen sprake; de twee hópen met gegevens van de ruimtetelescoop WISE, waarvan in april [2011, JPK] pas het eerste deel wordt vrijgegeven, een planeet te vinden waarvan ze het bestaan vermoeden. Dat doen ze trouwens al sinds 1999; nieuws is alleen dat de twee onlangs een update hebben gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Icarus, die het bestaan van hun planeet, Tyche genaamd, in hun ogen aannemelijker maakt. Continue reading

Hoe koosjer is The Journal of Cosmology?

Let op: dit is een oud bericht, dat ik op 28 oktober 2010 op mijn vorige weblog publiceerde!

Als je in een persbericht of populairwetenschappelijk artikel een zinnetje ziet staan als “het onderzoek wordt gepubliceerd in The Journal of Cosmology”, dan boezemt dat vertrouwen in. Klinkt immers als een bona fide wetenschappelijk tijdschrift in de trant van The Journal of Cosmology and Astroparticle Physics, of The Journal of Astrophysics and Astronomy. Continue reading