Eind 2011 nam ik me op de lezerssite Goodreads voor om in 2012 minstens 55 boeken te lezen. Dat is gelukt, zij het nét: afgelopen week sloeg ik boek nummer 55 dicht. En nu dan dus een jaarlijstje? Hm, lastig. Uiteraard komt er zoveel uit dat ik in geen enkel genre een geloofwaardige deuk heb kunnen slaan. Zelfs niet in de non-fictieboeken, terwijl ik die beroepsmatig in de gaten houd.
Wel vond ik, op basis van de boeken die ik heb gelezen of bekeken, 2012 een goed jaar voor non-fictieboeken van eigen bodem. Asha ten Broeke en Ronald Veldhuizen schreven bijvoorbeeld het erg fijne Eet mij. Sander Koenen kwam met de André Kuipers-biografie Droomvlucht, die ik met veel meer interesse las dan ik had verwacht. Frank van Kolfschooten publiceerde Ontspoorde wetenschap, dat in KIJK een erg positieve beoordeling kreeg. En ook mijn eigen De deeltjesdierentuin is goed ontvangen.
Dat laat zien dat je als uitgeverij prima met Nederlandse wetenschapsjournalisten in zee kunt gaan, in plaats van almaar te komen met boeken van Britten en Amerikanen. Niet dat wij zoveel beter kunnen schrijven, maar we komen wel met boeken die aansluiten bij de lezer hier. In Eet mij lopen we met een wetenschapper door een Néderlandse supermarkt, om daar de schappen te inspecteren. Droomvlucht biedt een blik op de wereld van de ruimtevaart via een Hollandse astronaut die het tot BN’er heeft geschopt. Van Kolfschooten focust op onze eigen wetenschappelijke fraudeurs (waar je helaas een flink boek mee kunt vullen). En in De deeltjesdierentuin besteed ik ruim aandacht aan het majoranadeeltje dat in Delft werd gemaakt.
Dat bedoel ik allemaal niet zo chauvinistisch als het misschien klinkt. Ik ben wereldburger genoeg om niet te willen eisen van boeken dat ze Nederlandse aangelegenheden voorop stellen. Maar ik ben er wel van overtuigd dat je de Nederlandse lezer het beste aanspreekt met een in Nederland gemaakte tekst. Een vertaalde tekst slaat op allerlei punten vaak de plank nét mis. De voorbeelden zijn niet herkenbaar, de verwijzingen haken niet aan bij onze algemene kennis. En dan kan het boek ook nog eens op het verkeerde moment komen, omdat het onderwerp in het land van de schrijver weliswaar in de lucht hing, maar hier nog niet of niet meer.
Bovendien kunnen boeken een succes zijn in een ander land omdat de auteur daar een bekende (tv-)persoonlijkheid is. Titels van dat soort figuren lijken Nederlandse uitgeverijen vaak zonder blikken of blozen te vertalen, voorbijgaand aan het feit dat a) wij de ‘celebrity’ in kwestie hier nauwelijks kennen en b) hij of zij soms én geen deskundige is, én geen vaardig schrijver. Resultaat: weer een boek dat schouderophalend wordt ontvangen.
En dan heb ik het nog niet eens over alles wat er bij vertaling verloren gaat. Waar ik bij een in het Nederlands geschreven boek vaak oprecht moet grinniken, denk ik bij een vertaald boek meestal alleen droogjes: ‘Oh ja, ik zie hoe dat in het Engels grappig geweest moet zijn.’ Of je komt uitdrukkingen tegen die de vertaler duidelijk niet kende en dus maar letterlijk vertaalde. En ook los van dat soort specifieke missers zijn de teksten vaak geschreven in het ongemakkelijke Nederlands dat je alleen in vertalingen tegenkomt.
Beperk je bij het vertalen dan tot de boeken waar je niet omheen kunt, denk ik dan, dus van de mensen die echt wat te melden hebben (de Jared Diamonds en Dan Ariely’s van deze wereld), en kijk voor de rest wat meer om je heen in eigen land. Daar lopen de nodige mensen rond met een vlotte pen, verstand van zaken én hun vinger aan de binnenlandse pols. En dan krijg je boeken die om meer dan één reden een stuk fijner weglezen en meer aanspreken dan al die vertalingen die ik het afgelopen jaar na een pagina of dertig weer terzijde heb gelegd. Wat een van de redenen geweest zal zijn dat het zoveel moeite heeft gekost om mijn streefgetal van 55 boeken te halen.
Geef een reactie