Je kon het al lezen in het interview met mij in het Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde: ik heb het plan opgevat om een ‘vervolg’ te schrijven op De deeltjesdierentuin, getiteld De deeltjessafari. Inmiddels is het eerste gesprek met mijn redacteur bij uitgeverij Unieboek | Het Spectrum hierover achter de rug en heb ik het groene licht om van start te gaan met research- en schrijfwerk.
Wat is het idee? Nou, oorspronkelijk wilde ik in De deeltjesdierentuin heel ambitieus álle deeltjes behandelen. Eerst het standaardmodel en dan de hele stoet aan voorgestelde deeltjes die daar geen deel van uitmaken – en in veel gevallen überhaupt niet zullen bestaan.
Het liep anders: ik bleek zoveel te vertellen te hebben over de wél ontdekte deeltjes, dat ik hun hypothetische, controversiëlere broertjes links moest laten liggen. Ik richtte me in plaats daarvan op een uitgebreide uitleg van het standaardmodel, inclusief het net ontdekte higgsdeeltje, aangevuld met supersymmetrie (omdat dat de meest geaccepteerde uitbreiding op het standaardmodel is die geregeld in het nieuws komt) en majorana (omdat dat in Nederland ook een kreet is die, na de Delftse doorbraak, geduid moet worden).
Zelf vond ik dat echter zonde. Hoe belangrijk ik het ook vind dat iedereen de basics van de deeltjesfysica goed kent (om het nieuws daarover te kunnen volgen en om gewoon te weten hoe de wereld van het allerkleinste grosso modo in elkaar steekt), zelf raak ik het meest geïntrigeerd als ik een berichtje zie over een deeltje waar ik nog nooit van had gehoord. Een unparticle, wat is dat? Spiegeldeeltjes? Donkere fotonen? Ze klinken alsof ze zo uit de een of andere Star Trek-aflevering komen vallen, maar staan centraal in serieuze wetenschappelijke publicaties. Oké, vrij speculatieve publicaties. Maar dan wel geschreven door mensen die duidelijk kennis van zaken hebben, en die soms behoorlijk wat navolging krijgen in de vakliteratuur.
Die deeltjes wilde ik toch óók beschrijven. Te meer daar er weinig over te vinden is. Ben je geïnteresseerd in neutrino’s, dan kun je daar zo een heel fijn boekje over bestellen. Wil je weten hoe het zit met het higgsdeeltje en -mechanisme, dan heb je zelfs de keus uit meerdere opties. Maar informatie over, zeg, het graviton – het deeltje dat de zwaartekracht zou overdragen – is al heel wat lastiger bij elkaar te sprokkelen. En veel andere deeltjes worden alleen besproken in papers waar een leek weinig mee kan – en in bijna even ondoorgrondelijke Wikipedia-pagina’s, die bovendien soms maar drie zinnen lang zijn.
Kortom, een boek over hypothetische deeltjes: dat zou naar mijn idee echt iets toevoegen aan het huidige aanbod aan populairwetenschappelijke boeken. (En, durf ik het te zeggen, misschien zelfs vertaalpotentie hebben…?)
De titel lag daarbij voor de hand: de metafoor achter De deeltjesdierentuin is een heldere rondleiding langs de kooien waarin al die gekke deeltjes uit het standaardmodel zitten opgesloten. In boek twee gaan we op deeltjessafari, waarbij we op zoek gaan naar soorten die ofwel ooit aan de dierentuin zullen worden toevoegd, ofwel even mythisch blijken te zijn als draken en griffioenen.
Een lastige klus? Absoluut. Want het is nu aan mij om uit te vogelen wat al die obscure deeltjes precies inhouden en die informatie vervolgens in een begrijpelijk verhaal te vatten – soms voor het eerst. Ik zal mezelf en dit idee dan ook de komende maanden nog de nodige keren vervloeken. Maar vooralsnog denk ik dat het moet kunnen – zeker als de bedenkers van de te behandelen deeltjes bereikbaar blijken voor uitleg. En als de houding van de wetenschappers die ik voor De deeltjesdierentuin heb geïnterviewd een indicatie is voor het hele vakgebied, zou dat geen probleem moeten zijn…
Geef een reactie