Op recensies hoor je eigenlijk niet te reageren; stilzitten en geschoren worden, is het devies. Jij moest zo nodig een boek schrijven, nu ligt het in de winkel en mag iedereen ervan vinden wat ie wil. Maar… reageren op een signalering mag wel, toch?
Gaat me met name om één zinnetje in het stukje dat op 18 november verscheen in de Volkskrant-bijlage Sir Edmund. Ik zou in mijn nieuwe boek, Verstoppertje spelen met aliens, constateren dat ‘het heelal wemelt van de exoplaneten’ en dat het daarom ‘haast niet anders kan dan ook wemelen van het leven, al dan niet intelligent’.
Het eerste is waar, het tweede absoluut niet. Ik spendeer het hele eerste hoofdstuk – een van de langste van het boek – aan het tegenover elkaar zetten van argumenten voor en tegen het bestaan van buitenaards leven. De grote hoeveelheid exoplaneten is slechts het eerste stapje in die mentale ping-pong-wedstrijd met mezelf. Uiteindelijk schrijf ik:
Op het gebied van buitenaards leven ben ik zelf een verstokte agnost. Ik trek zowel een wenkbrauw op bij mensen die zeker lijken te weten dat de Melkweg barst van de aliens, als bij mensen die nu al menen te concluderen dat onze aardbol het enige levende lichtpuntje is in een voor de rest volstrekt levenloos sterrenstelsel (of zelfs universum).
Wilde ik toch maar even hier herhaald hebben, voor de mensen die denken dat mijn boek simpelweg stelt: er is zeker buitenaards leven, we moeten het alleen nog even vinden.
Geef een reactie