Mary-Jane Rubenstein. Foto: Kristin Miller Photography
In 2023 sprak ik Mary-Jane Rubenstein, hoogleraar religiewetenschappen en hoogleraar wetenschap & maatschappij aan de Wesleyan-universiteit in de Amerikaanse staat Connecticut. De aanleiding: haar boek Astrotopia: The Dangerous Religion of the Corporate Space Race. Hierin wijst ze op de religieuze ondertoon in de retoriek van techmiljardairs die hun ogen op de ruimte hebben gericht, met Elon Musk en Jeff Bezos als bekendste voorbeelden.
Destijds leidde dat tot een interview van drie pagina’s in het technologiemaandblad De Ingenieur – maar eigenlijk was dat niet meer dan een korte samenvatting van een gesprek dat in zijn geheel de moeite waard was. Ik kwam er alleen nooit aan toe dat voldoende op te poetsen om het hier te kunnen delen.
Inmiddels zijn we een paar jaar verder. De meeste techmiljardairs hebben hun maskers afgezet en het ruimteverhaal maakt deel uit van een bredere, extremere visie op de toekomst, waarin voor democratie en soms zelfs de mensheid geen plek meer lijkt te zijn. Je zou kunnen zeggen dat dat het boek van, en het gesprek met Rubenstein wat achterhaald maakt.
Toch denk ik dat Rubenstein nog steeds een boel interessante punten aandraagt. Ook biedt ze een extra perspectief op de woorden en daden van Musk, Bezos en co, bovenop wat te lezen is in boeken als De techbro’s. Daarom denk ik dat het goed is om het gesprek alsnog integraal beschikbaar te maken.
Wanneer besefte u dat u als hoogleraar religiewetenschappen iets te zeggen had over ruimtevaart, een onderwerp dat op het eerste gezicht ver van uw vakgebied af lijkt te staan?
Mary-Jane Rubenstein: “Dat was toen ik hoorde dat de Japanse modeontwerper Yusaku Maezawa alle stoelen had gekocht aan boord van wat inmiddels Starship heet, maar destijds nog de BFR werd genoemd; de big effing rocket. Het idee was de mensen die een ticket kochten als eerste burgers ooit in een baan rond de maan zouden worden gebracht. Musk vroeg mensen daarbij om al vóór de bouw een plaats aan boord te kopen. Dat zou dan helpen om de constructie van de Starship te financieren.
Maezawa kocht vervolgens niet één plaats, maar álle beschikbare plekken. Iedereen was verbijsterd en vroeg zich af: waarom? En in alle interviews die ik met hem zag, zei hij: ‘Waarom heb ik dit gedaan? Nou, omdat het iets groots en spectaculairs is, en omdat ik de eerste burger wil zijn die om de maan vliegt. Maar ook vanwege mijn droom; mijn visie van wereldvrede.’ En iedereen maar van: ‘Oh ja, wereldvrede, geweldig.’ Terwijl ik dacht: wat bedoelt hij daarmee?
Zijn idee, het dearMoon-project, is dat hij de plekken geeft aan acht kunstenaars: een videograaf, een beeldend kunstenaar, een modeontwerper, een architect geloof ik, een songwriter… Mensen uit zowat elk belangrijk creatief vakgebied. Die krijgen allemaal de opdracht om de aarde vanuit de ruimte zó weer te geven dat de mensheid zich eindelijk verenigt en van elkaar gaat houden. (Inmiddels is het dearMoon-project geannuleerd omdat de vlucht te lang op zich liet wachten – JPK.)
Dát was het moment waarop ik dacht: oh, wauw. Er komen dus beloftes op ons af vanuit de ruimtevaartindustrie, beloftes over het verenigen van de hele mensheid, het genezen van de wereld, het oplossen van al onze problemen…
En natuurlijk hebben we zulke verhalen al eerder gehoord. Denk aan het Apollo-tijdperk, toen we voor het eerst beelden van de aarde vanuit de ruimte kregen. Die beelden zouden ons verenigen en een einde maken aan oorlog en aan de milieucrisis. Vervolgens gebeurde dat natuurlijk niet. Het is niet zo dat we ons bij het zien van de Earthrise-foto ineens geroepen voelen om goed voor de aarde te zorgen.

Dus ik begon me af te vragen: waarom is de ruimte voor zoveel mensen een plek die een oplossing voor al onze problemen lijkt te beloven? Toen ik me er wat verder in verdiepte, begon ik te beseffen dat het deels komt door de hemelse, etherische bijklank van de ruimte. Zelfs voor mensen die volledig seculier zijn en de ruimte zien als niets anders dan meer gebied dat veroverd kan worden, blijft er iets hemels, iets goddelijks aan kleven. Als je luistert naar interviews met de grote ruimtevaartondernemers, dan hoor je ze uiteindelijk afglijden naar dat verheven taalgebruik over eeuwigheid, goden, onze lotsbestemming – dat soort dingen.
En dat was wat me erin trok. Ik begon de ruimte te zien als een plek waar religieuze beloftes worden gedaan, zoals eeuwig leven, verlossing en verzoening.”
Op dit moment gaat het nog vooral om minder verheven doelen, zoals het bouwen van raketten en satellieten, dicht bij de aarde. Ik sprak een Nederlandse ethicus die dacht dat al die ‘hemelse praat’ vooral een rechtvaardiging is van wat hij toys for boys noemde. Ze willen geld verdienen, ze willen grote dingen bouwen, en daar hebben ze een rechtvaardiging voor gevonden. Hoe oprecht zijn ze dan?
“Om te beginnen: ik ben het volledig eens met deze ethicus. Die verheven retoriek over de redding van de mensheid, of van een deel daarvan, of het redden van de aarde, geeft deze machtige ondernemers precies de retorische kracht die ze nodig hebben om kleinere, praktischere, tastbaardere ondernemingen zoals het opzetten van het Starlink-netwerk ideologisch te rechtvaardigen. Religie en religieuze taal bieden dan een uitstekende dekmantel voor materiële doelen.
Dat is ook altijd al zo geweest. Ik maak meestal de vergelijking met de verhalen die Europa zichzelf vertelde toen het de Nieuwe Wereld ging veroveren. Men had toen ook gewoon kunnen zeggen: ‘We gaan naar de Nieuwe Wereld omdat daar specerijen, goud en land te halen zijn.’ Maar dat zou het project niet écht hebben gerechtvaardigd. Wat men nodig had, was paus Alexander VI die zei: ‘Het is jullie plicht zielen te redden. Het is jullie plicht dit land voor Christus te winnen.’ Het was precies die ideologische, religieus getinte rechtvaardiging die het roven van land en goederen mogelijk maakte. Dat is een van de dingen die de nieuwe ruimterace voor mij iets religieus geven.
Dan blijft de vraag: hoe eerlijk zijn ze eigenlijk? Ik wil Elon Musk, Jeff Bezos en al die bedrijven die aan planetoïdemijnbouw willen doen, best op hun woord geloven. Ik ga ervan uit dat ze echt denken dat het mogelijk is om én een enorme hoeveelheid geld te verdienen in low-Earth orbit en later ook verder van huis, én om met dat geld iets goeds te doen. Het zijn een soort idealistische kapitalisten.
Toch heeft het op aarde nooit zo uitgepakt. De mijnbouwindustrie in zuidelijk Afrika heeft de levenskwaliteit van de mensen daar bijvoorbeeld niet verbeterd. Desondanks denken de techmiljardairs dat het in de ruimte anders zal gaan; dat de ruimte ver genoeg van ons vandaan is om opnieuw te beginnen.
Ik wil ze niet van hypocrisie of duistere bedoelingen beschuldigen. Net zomin als ik denk dat Alexander VI dacht: eigenlijk wil ik gewoon goud, specerijen, geld en land voor Spanje, maar ik zég dat we het voor Jezus Christus doen. Ik denk dat hij het allebei tegelijk geloofde. Je kon het land veroveren voor Christus, en het teken dat God aan jouw kant stond, was dat je in één moeite al dat geld, die macht en die rijkdom kreeg. Ik denk dat het dezelfde beweging is. Je kunt de ruimte veroveren, en het resultaat daarvan is dan de langetermijnredding van de mensheid.”
Wat betreft die religieuze component in de retoriek van de techmiljardairs: op mij komen ze niet over als mensen met een religieus wereldbeeld. Ik vermoed dat ze zichzelf als rationeel zouden omschrijven; als mensen die op basis van wetenschap en gezond verstand tot conclusies komen. Zijn ze zich dus niet van hun toon bewust?
“Ik denk dat ze zich er niet van bewust zijn dat ze een groots, humanitair verhaal gebruiken om een economisch project te rechtvaardigen. En al even onbewust, denk ik, klinken ze religieus wanneer ze in feite eeuwige verlossing beloven aan wie in hen gelooft, op andere werelden die ze nog nooit hebben gezien.
We maakten vroeger grappen over de mannen op straat met bordjes als ‘Het einde is nabij. Bekeer u. Geloof in een andere wereld.’ Maar dat is precies wat we nu horen van deze schatrijke mannen: ‘De aarde is verloren, maar ik beloof jullie een nieuwe wereld waar jullie kinderen en kleinkinderen vrij kunnen zijn en voor altijd kunnen leven.’
Dit is dus in feite een onsterfelijkheidsproject. Ofwel jij en je nageslacht worden onsterfelijk ergens in de ruimte, ofwel jij als individu wordt onsterfelijk. Want als we de mensheid als soort lang genoeg in leven weten te houden, dan vinden we op een gegeven moment wel een manier om bewustzijn te uploaden naar iets als een enorme cloud. En dan kunnen we jou, Jean-Paul, of bijvoorbeeld Elon Musk voor altijd opnieuw creëren.”
U schrijft in uw boek dat Jeff Bezos en Elon Musk verschillende opvattingen hebben over waaróm we de ruimte in zouden moeten.
“Ze worden vaak op één hoop gegooid, maar Musk en Bezos hebben elk een eigen idee van wat het probleem is, en een eigen idee van de oplossing. Voor Musk is het probleem uiteindelijk een planetoïde die de aarde zal verwoesten, of een kernoorlog waarmee de mensheid zichzelf vernietigt. Of, als AI uit de hand loopt, intelligente robots die hun menselijke meesters vernietigen. Zo’n ramp zal de mensheid op aarde uitroeien. Daarom heeft de mensheid ergens anders een reservewereld nodig. En de beste plek daarvoor is Mars.
De maan is niet geschikt, want die heeft te weinig atmosfeer. Bovendien bevindt hij zich te dicht bij de aarde: een ramp die de aarde treft, zou ook de maan kunnen treffen. Verder zou aardse regelgeving waarschijnlijk ook op de maan van toepassing zijn. Je kunt de maan heel snel bereiken; als daar iets misgaat, ben je er in twee, drie dagen. Bij Mars duurt dat zes tot acht maanden. Mars ligt dus ver genoeg weg van aardse regelgeving. Vandaar dat Mars de beste reserveplaneet is.
Uiteindelijk zal de mensheid ook andere, verder gelegen planeten koloniseren, want op termijn zal onze zon uitdoven en moeten we het zonnestelsel uit. Maar eerst moeten we dan Mars zien te bereiken. Dat is Musks redenering.
De meest onherbergzame plekken op aarde zijn nog een paradijs vergeleken bij wat je op Mars zou aantreffen
Voor Bezos ligt de dreiging meer bij het klimaat. Een planetoïde baart hem minder zorgen; hij denkt dat onze ruimtevaartorganisaties wel een manier zullen vinden om die af te buigen als we er maar genoeg geld in steken. Een kernoorlog is een probleem, maar wat Bezos écht zorgen baart, is ons almaar stijgende energieverbruik. Dus: óf we gebruiken minder energie – waar milieuactivisten al decennia om vragen – óf we hebben een andere planeet nodig; een andere plek om te wonen. En die eerste optie vindt Bezos maar saai.
Verder houdt Bezos niet van Musks oplossing, want Mars is een puinhoop, een verschrikkelijke plek om te wonen. De meest onherbergzame plekken op aarde zijn nog een paradijs vergeleken bij wat je op Mars zou aantreffen. En de afstand is voor hem een reëel probleem: als er iets misgaat, ben je gewoon te ver weg. Waarom niet dichter bij de aarde blijven en ruimtekolonies bouwen tussen de aarde en de maan – met een gereguleerd klimaat en van alle gemakken voorzien? Je kunt er planten kweken, watervallen laten stromen, er in feite een zwevend winkelcentrum van maken.
Dat zou volgens Bezos veel druk van de aarde wegnemen. We kunnen de zware industrie naar planetoïden verplaatsen en een flink deel van de bevolking naar deze ruimtestations sturen, en zo de aarde ontlasten. Waar Musk het prima vindt om de aarde op te geven, wil Bezos die dus juist herstellen. Alleen: de enige manier om de aarde te redden, is haar te verlaten.”
Bent u dus meer gecharmeerd van Bezos’ plan dan van dat van Musk, of bent u tegen beide, maar om verschillende redenen?
“Ik ben een nerd, en Bezos is dat ook. Dus ik hou wel van de manier waarop Bezos denkt: heel systematisch, met een heldere argumentatie. En ik geef de voorkeur aan de gedachtegang dat we moeten proberen de aarde te herstellen, boven Musks lijn dat we onze planeet gewoon moeten opgebruiken en achterlaten.”
Dat laatste is ook eigenlijk vreemd. Als het argument is dat we de mensheid over twee planeten moeten verspreiden, kun je de aarde niet zomaar opgeven. Dan ben je op Mars nog even kwetsbaar als in het begin. Dan zou je de aarde toch ook moeten redden?
“Musk lijkt geen enkele liefde voor de aarde te hebben. Dat begrijp ik niet goed, want alles wat hij ooit heeft gehad, komt van de aarde. Dus ja, ik voel meer sympathie voor Bezos’ wens om de bewoonbaarheid van de aarde te behouden door de ruimte te exploreren.
Maar of dat de juiste manier is, weet ik niet. Wat ik zou willen zien – en wat Blue Origin niet levert, zelfs niet als je erom vraagt – is een soort milieueffectrapportage. Hoeveel schade richten Blue Origin-raketten aan in de hogere atmosfeer? Hoe neemt de hoeveelheid schade toe naarmate er meer vluchten komen? Wat voor schade zullen ze aanrichten zodra de operaties op de maan echt op gang komen? Hoeveel arbeid en grondstoffenwinning op aarde zijn nodig om het materiaal voor die raketten te delven, en voor de satellieten die daarna komen? Wat is het totale effect op het milieu van alle geplande Blue Origin-activiteiten – inclusief bijvoorbeeld de vluchten van mensen naar conferenties – afgezet tegen het milieuvoordeel dat ze uiteindelijk zouden opleveren?
Ik wil weten hoe het precies gaat uitpakken en niet alleen maar mooie praatjes horen over de redding van de aarde
Ik ben normaal niet zo van de cijfers, maar déze cijfers zou ik graag willen zien. Hoe kun je jezelf ervan overtuigen dat je de aarde niet voorbij het punt van herstel duwt, juist door de infrastructuur te bouwen die je nodig denkt te hebben om haar te redden?
Ik geloof niet dat iemand die berekening daadwerkelijk aan het doen is. En dat is opmerkelijk voor een bedrijf dat zulke verheven doelen belooft, zoals het redden van de aarde, en dat werkelijk alles kan berekenen. Het zijn letterlijk genieën. Ze zouden een kosten-batenanalyse van de milieueffecten zo kunnen maken. Dus daar haak ik af bij Bezos: ik wil weten hoe het precies gaat uitpakken en niet alleen maar mooie praatjes horen over de redding van de aarde.”
Het is wel ironisch: bedrijven die beweren de aarde te willen redden en ondertussen de aarde juist minder leefbaar maken.
“Klopt. Mensen zeggen weleens: ‘Wat maakt het uit als Musk Mars verwoest? Wie maalt daarom?’ Maar zelfs als hij nooit op Mars aankomt, richt hij ondertussen enorme schade aan op aarde. Toen dat Starship in april (2023 – JPK) explodeerde, verwoestte het zo’n 360 acres aan land in Texas (officiële getal 385 acres, oftewel ruim 1,5 vierkante kilometer – JPK). Diersoorten werden bedreigd, wetlands werden vernietigd. Stukken van de Starship kwamen op de daken terecht, iedereen zat onder het stof.
Ik heb ook gehoord dat de Indonesische overheid een eiland bij Papoea-Nieuw-Guinea aan Elon Musk wil geven. Alle inheemse bewoners van dat eiland moeten dan maar ergens anders naartoe. En er zijn plannen om een flink stuk land in Schotland te gebruiken voor een ruimtehaven. De hoeveelheid schade die je aan de aarde toebrengt, alleen al ter voorbereiding van zo’n ruimteonderneming die misschien wel, misschien niet doorgaat, is voor mij reden genoeg om er vraagtekens bij te zetten en me er zorgen over te maken.”
En wat vindt u van het idee, dat bijvoorbeeld ook door Stephen Hawking werd genoemd, dat de mensheid zich moet verspreiden om op de lange termijn te overleven?
“Dat soort argument hoor je overal. Musk gebruikt het, Bob Zubrin (oprichter van The Mars Society – JPK) gebruikt het: als de mensheid niet naar elders trekt, zal ze uitsterven.
Er zitten twee grote aannames in die redenering die we zelden ter discussie stellen. Het eerste wat je zou moeten rechtvaardigen, lijkt me, is de aanname dat de mensheid niet mag uitsterven. Maar dat argument moet je onderbouwen. We moeten kunnen uitleggen waarom wij, in tegenstelling tot elke andere soort die we ooit zijn tegengekomen, op de een of andere manier het recht zouden hebben om oneindig te blijven bestaan. Waarom denken we dat we zoveel belangrijker zijn dan al het andere dat er ooit op aarde of in het heelal is geweest?
Veel van onze grootste natuurkundigen, astronomen en miljardairs lijken de dood te ontkennen
De andere aanname is dat de redding van de mensheid in de ruimte te vinden is; dat dát de weg vooruit moet zijn, in plaats van zoveel mogelijk energie te steken in wetenschap die ons kan helpen de aarde te herstellen en daar zo lang mogelijk op te blijven leven, tot de zon op een dag ontploft en het gewoon voorbij is.
Veel van onze grootste natuurkundigen, astronomen en miljardairs lijken de dood te ontkennen; ze lijken simpelweg niet te kunnen accepteren dat de mensheid misschien gewoon een tijdlang leeft en daarna ophoudt te bestaan. Ik denk dat die mogelijkheid op zijn minst op tafel moet blijven, zodat iemand het tegendeel kan beargumenteren en kan uitleggen waarom dat níét zou mogen gebeuren.”
En denkt u niet dat we het allebei zouden kunnen doen — dus zowel zorgen dat de aarde leefbaar blijft, als de ruimte verkennen?
“Dat zou het ‘gouden ticket’ zijn. De truc is om zowel aandacht te besteden aan herbebossing en het welzijn van de aarde, als aan het respectvol verkennen – en misschien zelfs bewonen – van de ruimte. Maar we kunnen niet zomaar aannemen dat de ruimte alle problemen van de aarde gaat oplossen, want dat is tot nu toe niet gebeurd.
Tegelijkertijd is het wél zo dat er op dit moment geen aarde zonder ruimte bestaat. Je kunt geen klimaatbeleid voeren, je kunt zelfs niet goed in kaart brengen wat er met de wereldwijde klimaatverandering gebeurt, zonder ruimtewetenschap. Het is dus geen kwestie van óf-óf, geen keuze tussen óf de aarde óf de ruimte. Het is zeker zo dat de dingen die we in de ruimte leren, en de technologie die daarvoor ontwikkeld wordt, de aarde kunnen helpen.
Dat gebeurt alleen niet vanzelf. Ik denk dat de gedachte nu vaak is: we zetten zoveel mogelijk in op ruimtewetenschap, of eigenlijk vooral op ruimte-economie, en dan sijpelt er op de een of andere manier wel iets goeds naar de aarde door. Maar dat gebeurt niet automatisch. Dat moet je weloverwogen, doelbewust aanpakken. Maar inderdaad, dat zou de droom zijn: een manier vinden om goed te zorgen voor zowel voor de aarde als de ruimte.”
U gebruikte net het woord ‘respectvol’ om te beschrijven hoe de ruimte verkend zou moeten worden. Het tijdperk van de Europese kolonisatie was een periode waarin heel veel mensen het slachtoffer werden van die expansie. Maar stel nu dat er niets leeft op Mars. Zou je dan niet kunnen zeggen dat kolonisatie daar veel minder problematisch is, omdat er niemand woont die er het slachtoffer van kan worden?
“Ik zou hier een aantal argumentatielagen naar voren willen brengen. De eerste, die de meeste mensen misschien vergezocht zullen vinden, is dat Mars als planeet een respectvolle behandeling verdient. Mars heeft zijn eigen geschiedenis, zijn eigen integriteit. Dat betekent niet dat je er niets mag doen, maar wel dat je mét het land moet werken in plaats van ertegen, op een manier die het hele ecosysteem van die planeet ten goede komt.
Tienduizend kernraketten op Mars laten neerkomen (om de planeet te ‘terraformen’, een atmosfeer te geven die meer op die van de aarde lijkt – JPK) lijkt me bijvoorbeeld niet erg respectvol, ook al leeft daar niets. Je vernietigt de hele geschiedenis van die planeet, verstoort de balans ervan volledig, en wist het geologische archief dat in de rotsen ligt opgeslagen.

Maar sommige mensen zien niet in waarom je respectvol zou moeten omgaan met land dat blijkbaar geen leven bevat. Die zou ik willen vragen: en ons streven dan om meer te weten te komen over de geschiedenis van ons zonnestelsel? Als we Mars met kernwapens bestoken, leren we daar helemaal niets meer van. Het is alsof je een archeologische vindplaats opblaast voordat je er ooit bent aangekomen. Je vernietigt elke wetenschappelijke hoop om meer te ontdekken over waar we vandaan komen.
Als iemand zich ook daar niet door laat overtuigen, kunnen we het hebben over hoe arbeiders behandeld worden binnen dit soort veroveringsmodellen. Veel van het werk zal door robots worden gedaan, maar een groot deel zal ook door mensen worden uitgevoerd. Heeft het model van winstmaximalisatie en landroof ooit goed uitgepakt voor de mensen die dat werk moesten doen? Het lijkt er niet op – en dus lijkt het geen geweldig model om te exporteren naar de ruimte, waar je nog minder middelen hebt om in leven te blijven.
En als niemand zich zorgen maakt om de arbeiders in de ruimte, dan is er nog een laatste vraag: die over de mensen, het land en de biosfeer hier op aarde, die steeds verder wordt aangetast om een ruimteprogramma groot genoeg te maken om ons naar Mars te krijgen. Zelfs als je helemaal niets om Mars geeft, zou je toch iets moeten voelen bij dat eiland bij Papoea-Nieuw-Guinea en de mensen die daar al millennia leven. Dát is de schade die we blijkbaar op aarde moeten aanrichten om zo’n programma in de ruimte op gang te krijgen. Er zijn dus, vanuit mijn perspectief, heel wat verschillende redenen om bezwaar te maken tegen een onbezonnen, veroveringsgerichte kolonisatie van Mars.
Toen medio twintigste eeuw honderden landen het Ruimteverdrag van de VN ondertekenden, was de onderliggende gedachte: kijk naar die twee wereldoorlogen in de eerste helft van de twintigste eeuw. Landroof en mensenroof leiden tot conflict en oorlog. En dat heeft voor niemand op deze planeet goed uitgepakt; niet voor de gekoloniseerden, maar ook niet voor de kolonisatoren zelf. Europa heeft zichzelf in die twee wereldoorlogen net zo goed vernietigd als het continent anderen vernietigde. Laten we dat niet nog eens doen met de ruimte.
Nu doen landen en bedrijven juist enorm hun best om mazen in dat verdrag te vinden. Maar volgens mij zijn ze daarbij de oorspronkelijke intentie uit het oog verloren: laten we de ruimte niet aandoen wat we de aarde hebben aangedaan, want dat pakte voor niemand goed uit.”
Elon Musk lanceert nu Starlink-satellieten en niemand houdt hem tegen. Zijn er dan helemaal geen regels voor dit soort dingen?
“Hij heeft toestemming van de Amerikaanse FAA; de Federal Aviation Administration. Het absurde is dat de Verenigde Staten daarmee doen alsof ze zeggenschap hebben over de héle ruimte rond de aarde. Maar bij afwezigheid van enige VN-wetgeving met echte tanden, is Musk alleen onderworpen aan Amerikaans recht, omdat hij daar zijn lanceringen doet. En eerlijk gezegd lijkt de FAA een beetje bang voor hem – de dienst lijkt hem totaal niet in de hand te kunnen houden. Dus je hebt een probleem op twee niveaus. Ten eerste: de VS zelf reguleert dit Amerikaanse bedrijf niet goed. En ten tweede, de veel grotere vraag: waarom denkt de VS eigenlijk dat het wetgevende macht heeft over onze gezamenlijke, mondiale ruimtebanen?”
Er is toch ook die wet uit 2015, die stelt dat elke Amerikaanse burger mag verkopen wat hij uit de ruimte weet te halen? Zou dat niet op zijn minst internationaal besproken moeten worden?
“Je zou toch denken dat dit bij de VN terecht zou moeten komen, maar dat is niet gebeurd. In plaats daarvan wendde men zich tot een select aantal landen waarvan men wist dat die wel zouden meewerken, en liet men die de Artemis-akkoorden ondertekenen. Want ze wisten: als we hiermee naar de VN gaan, zegt de VN meteen ‘wacht eens even’, en dan gebeurt er decennialang niets.
Ik was compleet verbijsterd toen ik dit hoorde, en legde het voor aan een aantal bevriende ruimterechtadvocaten: hoe kan de VS zomaar wetgeving maken buiten de VN om? Hun antwoord was: dat doen ze gewoon, en de echte test vindt plaats in de ruimte zelf. De NASA heeft al twee bedrijven de opdracht gegeven om wat maanbodem van de ene naar de andere plek te verplaatsen. Dat geldt dan als verkocht, gekocht en geleverd. Op die manier schep je een precedent: kijk, we hebben het gedaan en er gebeurde niets. Zo werkt recht, zeiden ze: als niemand de rechtmatigheid van een handeling of een wet aanvecht, dan is die wet in de praktijk gewoon geldend recht.
Voor iemand zonder juridische achtergrond klinkt dat absurd, maar mijn juristenvrienden zeiden: wat dacht je dan dat een wet is? Een wet is een codificatie van waar mensen in de praktijk mee kunnen wegkomen.
Als iemand er dan wél een probleem mee heeft en zich kan verweren, kan die het aanvechten – maar bij wie dan? Als je vindt dat de Artemis-akkoorden het Ruimteverdrag schenden, kun je dat voorleggen aan het VN-orgaan dat zich daarmee bezighoudt. Dat orgaan zal dan zeggen: goed, we horen wat u zegt. Maar wat kan het vervolgens doen?”
Stel dat niemand Musk en Bezos tegenhoudt. Wat voor toekomst zou dat op de lange termijn opleveren?
“Wat ik vrees, vooral als er geen fatsoenlijk vergelijkend onderzoek is naar hoeveel schade we aanrichten tegenover hoeveel goeds we kunnen doen, is dat we in een soort Don’t Look Up-scenario terechtkomen. In die film komt er een planetoïde op de aarde af, maar niemand gelooft het. Het wordt een politiek geladen kwestie waarbij het not done is om serieus over het probleem na te denken. In plaats daarvan komt er een hele reeks afleidingsmanoeuvres. Uiteindelijk worden bijna alle bewoners van de aarde door de planetoïde vernietigd, terwijl een handjevol extreem rijke mensen kan ontsnappen met een raket om ergens op een exoplaneet te gaan leven.
Ik vrees dat we met deze exponentieel oplopende milieuschade een soortgelijk scenario krijgen, maar dan in slow motion. De milieucatastrofe verergert, en waar het nu vooral de armen op aarde zijn die het slachtoffer worden van natuurrampen die hele gemeenschappen wegvagen, kunnen uiteindelijk ook de relatief rijken er niet meer aan ontsnappen. We vallen allemaal ten prooi aan een langzame klimaatapocalyps, behalve een kleine groep extreem rijke mensen die er op de een of andere manier aan weet te ontkomen – door zichzelf in te vriezen voor een langeafstandsmissie, door hun bewustzijn te uploaden, of wat dan ook. Dat lijkt me geen goed pad.

De truc is zoals gezegd om aardsysteemwetenschap en ruimtewetenschap elkaar te laten versterken. We kunnen niet zomaar aannemen dat de aarde zichzelf wel redt – daar moeten we actief voor zorgen. Dat er af en toe aardse voordelen zijn voortgekomen uit ruimteonderzoek betekent niet dat dat vanzelf is gegaan. Dat is het werk van mensen die zeiden: op basis van wat we in de ruimte hebben ontdekt, kunnen we medische apparatuur ontwikkelen. Er moet vanuit de ruimtevaartindustrie diezelfde systematische, wereldwijde aandacht komen voor de gezondheid van de planeet.
En deze mensen kunnen dat. Ik weet zeker dat ze het kunnen. Het zijn vooral mannen, vooral wit, vooral erg rijk. Ze zijn hoogopgeleid, ze zijn slim. Ik weet dat ze de berekeningen kunnen maken die laten zien hoe je dat daadwerkelijk voor elkaar krijgt. Ze doen deze beloftes al – Musk niet, maar veel van de anderen zeggen wél dat deze ontwikkelingen in de ruimte op de een of andere manier een deel van de mensheid ergens zullen helpen. Ga voorbij de retoriek. Laat daadwerkelijk zien wát het gaat helpen, hóé het gaat helpen, en wíé het gaat helpen.”
Als u vijf minuten met Jeff Bezos zou mogen spreken, zou dat dan uw boodschap zijn?
“Ik zou zeggen: alsjeblieft, reken alles gewoon eens door.”
En als u vijf minuten met Elon Musk zou mogen praten, die niet zo veel op lijkt te hebben met het redden van de aarde? Wat zou u zeggen om hem op een ander pad te krijgen?
“Eerlijk gezegd zou dat vooral damage control zijn. Ik zou hem vragen zijn werknemers een vakbond te laten oprichten. En verder… hij lijkt weinig gewetensbezwaren te hebben bij de ecologische schade die SpaceX aanricht, dus ik weet niet hoeveel ruimte er zou zijn voor een echt gesprek.”
Bent u nooit een argument tegengekomen waarvan u dacht: het is misschien niet het belangrijkste argument, maar je zou het wel kunnen gebruiken bij iemand als Musk om…
“…tot hem door te dringen? Ik denk het niet. Hij lijkt zich alleen te bekommeren om het langetermijnoverleven van wat hij ‘de mensheid’ noemt, ten koste van…”
Hier valt de Zoom-verbinding even weg. Als die weer hersteld is, herneemt Rubenstein het woord.
“Oké, ik geloof dat ik toch een antwoord heb. Musk zei pas in een interview dat hij zich kan vinden in de god van Baruch Spinoza, dus een volledig immanente god, gelijk aan de natuur zelf. Ik zou hem op zijn woord willen geloven en vanuit die gedeelde waardering voor de immanentie van het goddelijke in de natuur het gesprek beginnen. Wat het meest waardevol is, het meest heilig, het meest sacraal, is de natuur zelf. Als dat zo is, moeten we onze opvatting van wat het redden waard is, verruimen van de mensheid naar, idealiter, de hele natuur. Maar we zouden kunnen beginnen bij alle levende wezens.”
Eén laatste vraag. Stel dat de aarde een postapocalyptische nachtmerrie wordt, Mad Max-stijl, terwijl Elon Musk zijn Mars-basis operationeel heeft. Zou u dan liever op aarde blijven of zou u uw koffers pakken en naar Mars vertrekken?
“Ik weet niet wat ik zou doen, maar ik zou graag willen geloven dat ik zou blijven. Cloud Dragon Skies, een kort verhaal van N.K. Jemisin, speelt zich af op een postapocalyptische aarde, waar mensen de keuze krijgen: ofwel ontsnappen naar een ruimtekolonie, ofwel blijven en met heel weinig zien te overleven. Ik zou graag willen geloven dat ik ervoor zou kunnen kiezen om mezelf aan te passen aan de omstandigheden op aarde, in plaats van te proberen een andere planeet aan te passen aan mijn eigen behoeften.
Dat gezegd hebbende kan ik niet beloven dat ik in een werkelijk apocalyptische situatie niet toch de schijnbaar makkelijkere keuze zou maken en, net als iedereen, zou vluchten. Maar ik zou willen proberen op aarde te blijven. Ik zie mezelf als een product van de aarde, en ik zie de aarde niet per se als iets waar je aan zou moeten ontsnappen, en al helemaal niet als iets om achter te laten.
Maar misschien kies ik toch wel voor de makkelijke weg. Wat doe je zelf, bijvoorbeeld, als je twijfelt: koop je een product bij een onafhankelijke winkelier, of bestel je het toch maar bij Amazon? Dat soort keuzes maken we voortdurend. Dit zou gewoon een heel grote versie van diezelfde keuze zijn.”
Waardeer dit artikel!
Vond je dit artikel interessant? Met een kleine bijdrage steun je mijn journalistieke werk en help je deze site in de lucht te houden!

Geef een reactie