Foto: Pixabay via Pexels
Het zegt natuurlijk meer over mijn hand in het kiezen van boeken dan over de staat van de boekenwereld, maar ik loop deze jaarwisseling niet over van de titels die ik van harte aan zou raden. Toch wat favorieten.
He-Man, Civilization en Black Sabbath
Sterk was de autobiografie Becoming Superman van J. Michael Straczynski. Ik ken hem vooral als de mastermind achter de sciencefictionserie Babylon 5 (1993-1998), maar hij schreef scripts voor van alles en nog wat, van He-Man tot Ghostbusters (de tekenfilm, en dan niet die met die aap) en van Murder, She Wrote tot Sense8. Ook als al die series je niks zeggen – wat maar voor weinig mensen die opgroeiden in de jaren tachtig zal gelden – is Straczynski’s levensloop aangrijpend.

Een stuk luchtiger is Sid Meier’s Memoir, van de bedenker van succesgames als Railroad Tycoon en Civilization. De moeite waard voor pc-gamers van middelbare leeftijd, niet per se voor de rest van de wereldbevolking.
In de muziekhoek las ik met plezier de biografie van Black Sabbath-bassist Geezer Butler Into the Void. Datzelfde gold voor How to Listen to Jazz van pianist en recensent Ted Gioia; een relatief dun boekje dat een oningewijde als ik daadwerkelijk helpt het genre beter te waarderen.
Space opera’s en cozy fantasy
Wat fictie betreft, was ik onder de indruk van Lords of Uncreation, het derde en laatste deel van Adrian Tchaikovsky’s The Final Architecture. Bij de eerste twee boeken dacht ik nog ‘aardig, maar ik heb betere voorbeelden van het genre gelezen’, maar met dit sterke einde nestelt Tchaikovsky’s space opera zich alsnog in de buurt van de top.

Daar tegenover staat de reeks The Night’s Dawn van Peter F. Hamilton, waarvan ik het eerste deel vorig jaar ontzettend intrigerend vond, maar deel twee en het begin van deel drie mijn aandacht met moeite vast wisten te houden. Zelfs als er straks een enorm spetterende ontknoping volgt, zeg ik: hier hadden wel ettelijke honderden pagina’s (en een aantal personages) uit gemogen.
The House in the Cerulean Sea van T.J. Klune was qua plot niet superinteressant of -verrassend, maar dit verhaal over een weeshuis voor niet-helemaal-menselijke kinderen wist me wel te ontroeren, dus ook een vermelding. Al verwacht ik niet dat de cozy fantasy mijn nieuwe favoriete subgenre gaat worden.
Road trip met dementerende oma
In de striphoek vond ik twee romanbewerkingen van eigen bodem sterk: Lord of the Flies van Aimée de Jongh en De aanslag van Milan Hulsing. Vergeet-mij-niet van Alix Garin, waarin een jonge vrouw een road trip maakt met haar dementerende oma, raakte me ook.

En voor de rest… Tja, een boel boeken die variëren van ‘intrigerend, maar net geen jaarlijstjesmateriaal’ tot ‘waarom heb ik hier überhaupt tijd in gestoken?’. Hopelijk volgend jaar beter. (En dan niet alleen op boekengebied.)
Bekijk hier alle eerdere jaarlijstjes op deze site.

Geef een reactie