Wat we wel en niet van ITER mogen verwachten

In het net verschenen januarinummer van KIJK: mijn reportage over de experimentele kernfusiereactor ITER, die ik in oktober bezocht.

Kernfusie is de grote hoop voor de toekomst: een schone manier van energie opwekken, zonder veel van de nadelen van de huidige kerncentrales. Nu de bouw van de experimentele reactor ITER over de helft is, lijkt die toekomst eindelijk binnen bereik te komen. Jean-Paul Keulen rapporteert vanaf de bouwplaats.

Gelukkig had ik acht pagina’s voor mijn artikel, wat ook wel nodig was om én voldoende achtergrondinformatie in het verhaal te kunnen verwerken, én een aantal reportage-elementen, én de mitsen en maren, waaronder de belangrijkste boodschap: zelfs als alles volgens plan verloopt, gaat het nog wel een jaar of vijftig (!) duren voordat fusiekerncentrales een merkbare bijdrage aan onze energievoorziening leveren.

KIJK 1/2019Verder in dit nummer: mijn antwoord op de vraag: ‘Kunnen manen ook manen hebben?’ en een aflevering in de serie Far Out waarin ik twee vrij bizarre theorieën behandel over ‘Oumuamua, het object dat onlangs met hoge snelheid door ons zonnestelsel vloog. (Lees hier de webversie.)

Mooi trouwens om te horen dat het verst bekende object in ons zonnestelsel is vernoemd naar mijn rubriek; een beetje erkenning voor je werk is altijd fijn.

Koop de nieuwe KIJK in de winkel voor 5,99 euro of bestel hem hier online.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *