Waarom onzin soms nodig is

Er wordt een hoop onzin geschreven; waar. En als ergens onzin wordt geschreven, moet iemand die het beter weet vooral even aan de bel trekken; ook waar.

Punt? Nou nee. Niet elke tik op de vingers die uitgedeeld kán worden, móét uitgedeeld worden. Soms moet je accepteren dat, in het stukje tekst waar het om draait, fout misschien wel goed genoeg is. Of zelfs beter dan goed.

Wat ik daarmee bedoel? Laat ik het houden bij ‘mijn’ onderwerp, de deeltjesfysica, en wat daar aan natuurkunde allemaal bij komt kijken.

Je zou dan bijvoorbeeld kunnen zeggen dat een waterstofatoom bestaat uit een elektron dat een baan rond een proton beschrijft. Fout, want dan schets je een atoom dat feitelijk niet kan bestaan en ga je voorbij aan de quantummechanica.

Je kunt ook zeggen dat een proton uit drie quarks bestaat. Fout, want een proton bestaat naast die drie quarks uit nog veel meer prut.

Je kunt ook zeggen dat het higgsveld alle deeltjes hun massa geeft. Fout, want hoewel bijvoorbeeld een quark zijn massa aan het higgsveld ontleent, geldt dat niet voor deeltjes als protonen en neutronen; die danken het overgrote deel van hun massa niet aan het higgsveld.

Ik zou er een hobby van kunnen maken bovenstaande fouten aan de kaak te stellen, elke keer dat er ergens over een deeltje wordt geschreven. Maar dat doe ik niet. Sterker nog, als je mijn eigen teksten zou uitpluizen, zou je alle drie de bovenstaande fouten er zomaar in tegen kunnen komen.

Deels komt dat doordat ik continu dingen erbij leer. Ik weet nu meer dan toen ik in 2002 mijn schrijfcarrière begon als KIJK-stagiair en ik zal over tien jaar meer weten dan nu. Maar dat is mijn punt niet. Mijn punt is dat het begrip van deeltjes – en van allerhande andere wetenschap – niet in één klap is over te dragen op iemand die er nog niets van afweet. Dat moet in stapjes gebeuren. Stapjes die noodzakelijkwijs niet het hele verhaal vertellen.

Iemand die geen idee heeft waaruit materie is opgebouwd, kan bijvoorbeeld enorm veel baat hebben bij het achterhaalde, maar wel te visualiseren idee van atoomkernen met elektronen die daaromheen cirkelen. Iemand die denkt dat protonen ondeelbare bouwstenen zijn van atomen, help je verder door hem over quarks te vertellen: de bouwstenen van de bouwstenen. En iemand die geen idee heeft wat hij met “dat hele higgsgebeuren” aanmoet, is een heel eind in de goede richting geholpen als iemand hem vertelt dat het higgsveld (of het higgsdeeltje, voor mijn part) andere deeltjes hun massa geeft. (Of hun gewicht, voor mijn part, als het woord ‘massa’ al te fysisch is.)

Wil je dat op al die punten, altijd, voor elk publiek, alles wordt verteld? The truth, the whole truth, and nothing but the truth? Geen achterhaalde atoommodellen dus, maar keiharde quantummechanica. Ook als het gaat om een Zo Zit Dat-artikel. Geen quarks als bouwstenen van protonen, maar een kolkende soep van quarks, gluonen en virtuele deeltjes. (Gluonen? Ja, je weet wel: massaloze bosonen die volgens de quantumchromodynamica de sterke wisselwerking overbrengen. Virtuele deeltjes? Ja, je weet wel: koppels van deeltjes en antideeltjes die uit het vacuüm ontstaan en… Wacht, ik teken het feynmandiagram wel even.) En dan natuurlijk ook geen higgsveld dat simpelweg deeltjes hun massa geeft, maar twee complexe velden waarvan drie componenten een extra vrijheidsgraad geven aan massaloze ijkbosonen en de vierde een boson oplevert met een vanuit de theorie onbekende massa, dat…

Gefeliciteerd: je hebt het zojuist onmogelijk gemaakt voor een journalist of wetenschapper om een begrijpelijk stuk te schrijven. En, nog erger: je hebt het onmogelijk gemaakt voor iemand om zich te ontwikkelen van geïnteresseerde leek tot wetenschapper.

Oh, dat was niet de bedoeling? Tja, dan zul je toch moeten accepteren dat een journalist of schrijvend wetenschapper – soms willens en wetens, geloof het of niet – gaat voor een te simpele weergave van de feiten om een bepaald principe aan het betreffende publiek op een behapbaar niveau uit te leggen. Daar kun je je kapot aan ergeren, ja – want inderdaad, er wórdt onzin verteld. Maar je kunt jezelf ook troosten met het idee dat iemands niet-helemaal-juiste-maar-wel-minder-verkeerde beeld van de natuur later verder verfijnd kan worden. Dat je iemand best éérst kunt vertellen dat een proton uit drie quarks bestaat (wat hij cooler kan vinden dan jij als deeltjesveteraan misschien denkt), en als hij eraan toe is, dat die drie quarks niet het hele verhaal zijn.

Want, beste op-de-vingers-tikker: wees eerlijk. Ook jij had niets met renormalisatie van quantumelektrodynamica gekund toen je tien was. En als je destijds alleen maar omringd was geweest door docenten, schrijvers en tv-makers die niets dan het hele verhaal met al zijn subtiliteiten hadden verteld, had je hoogstwaarschijnlijk je hele bètatoekomst op dat moment opgegeven. En was je nu dus niet die persoon geweest die zo ontzettend goed weet hoe het higgsveld écht zijn werk doet dat hij zo’n beetje elke popularisator op de vingers kan tikken. Wees ze dus toch maar dankbaar, die mensen die ervoor kozen om je onzin te verkopen.

NB: deze blogpost is expliciet niet gericht op de Nederlandse deeltjesfysici die me hebben geholpen met het schrijven van mijn artikelen en boek. Die hebben me juist verrast door steevast zonder enig morren te accepteren dat mijn teksten een veel minder precies beeld van de natuur schetsen dan hun uitleg aan mij. Ik had bij het schrijven van bovenstaande tekst vooral een aantal in het Engels bloggende en twitterende fysici voor ogen – die ik op zich enorm waardeer, maar die zich af en toe in hun scherpere posts wat bewuster mochten tonen voor de noodzaak tot versimpelen in populaire teksten. Daarnaast is het tekstje in zekere zin voor mezelf bedoeld, als waarschuwing. Ja, ik mag kritiek hebben op andermans teksten over deeltjes. Maar daarbij moet ik mezelf wel afvragen: ben ik onfortuinlijke misvattingen en onhandig geformuleerde zinnen aan het corrigeren voor een beter begrip? Of ben ik alleen maar op alle slakken zout aan het leggen om te laten zien hoe goed ik het zelf allemaal weet? In dat laatste geval kan ik beter mijn mond houden, en de popularisator in kwestie zijn werk op zijn manier laten doen…

4 thoughts on “Waarom onzin soms nodig is

  1. Eens. Maar het laat onverlet dat een groot aantal fouten gewoon niet zou moeten. Gisteren nog, in het NOS journaal, wordt de recent opgetreden tekenkwaal op minder dan twee zinnen afstand toegeschreven aan een ‘bacterie’ en een ‘virus’. Dat heeft niets met versimpeling te maken, maar betekent gewoon dat er iemand aan het schrijven is die pakweg 2-VWO biologie niet op orde heeft.

    • Ik vond destijds ook dat Kaku daar te ver ging, met zijn link tussen het higgsdeeltje en de oerknal. Als hij daarmee echte fysica probeerde te populariseren, is mij niet duidelijk wélke fysica; volgens mij zat hij gewoon het higgsverhaal nog een beetje te pimpen voor het grote publiek. Daarmee hielp hij naar mijn idee niemands begrip verder en zorgde hij ervoor dat het higgsverhaal in andere media alleen maar verwarder werd, dus was een tik op de vingers in dit geval wel op zijn plaats…

  2. Ik heb toch problemen met je stelling. Je lijkt te willen zeggen dat, omdat de waarheid te ingewikkeld is, we de mensen maar halve waarheden moeten verkopen. Ik ben met je eens dat het populariseren van de wetenschap een stuk *moeilijker* wordt als je jezelf de beperking oplegt om alleen strikte waarheden op te schrijven. Als je daaruit echter concludeert dat je dus de waarheid af en toe maar met een korreltje zout moet nemen, dan baseer je je argument op gemakzucht.

    Zelf vind ik het bijzonder onprettig als iets waarvan ik eerder dacht het te hebben begrepen onzin blijkt te zijn omdat het me de eerste keer slecht was uitgelegd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *