‘De fusiedroom’ bevat een foutje…

Altijd spannend, als iemand die écht helemaal in het onderwerp zit je nieuwe boek van kaft tot kaft leest. Bij De deeltjesdierentuin was dat Frank Linde, toenmalig directeur van het Nederlandse deeltjesinstituut Nikhef. Hij meldde me dat de Japanse neutrinodetector Super-Kamiokande niet 50.000 liter extreem zuiver water bevatte, maar 50.000 ton.

Jammer natuurlijk, zo’n foutje (dat dankzij Linde’s mailtje alleen in de eerste druk staat), maar tegelijkertijd dacht ik: als dat het enige is wat ie heeft kunnen vinden… (Oké, er stonden stiekem nog wel wat meer foutjes in, maar daar had Linde blijkbaar overheen gelezen.)

Opgelucht

Bij mijn nieuwe boek, De fusiedroom, was de vuurdoop dat Tony Donné het boekje onder ogen kreeg. Donné is sinds 2014 directeur van EUROfusion, het overkoepelende orgaan van het Europese fusieonderzoek, daarvoor was hij hoofd fusieonderzoek van het Nederlandse instituut DIFFER én de Nederlandse programmaleider voor de internationale fusiereactor ITER. Iemand die je niets over fusie hoeft te vertellen, kortom. Continue reading

Stuk in Parool: wanneer halen we energie uit kernfusie?

Verschenen in Het Parool: een artikel van mijn hand over wat we wel en niet mogen verwachten van de ITER- en DEMO-route naar kernfusie.

In feite betreft het hier een samenvatting van hoofdstuk 4 van mijn nieuwe boekje, De fusiedroom. (Een samenvatting die ik maakte terwijl mijn vriendin de eerste weeën voelde opkomen die diezelfde avond nog zouden leiden tot de geboorte van ons tweede kind, dus vergeef het me als er nog ergens een vuiltje in zit…)

Continue reading

Vinkje voor de bucket list: kernfusiereactor ITER

Als ik een bucket list had gehad van te bezoeken natuur- en sterrenkundige plekken, had hij er zeker op gestaan: de internationale kernfusiereactor ITER, die momenteel in Zuid-Frankrijk wordt gebouwd. Vorige maand kreeg ik dankzij een excursie georganiseerd door de VWN eindelijk de kans er een kijkje te gaan nemen.

De Ingenieur 11/2018In het deze week verschenen nummer van De Ingenieur – waar ik drie dagen per week voor werk als eindredacteur – lees je mijn reportage over dit bezoek: ‘Een puzzel van formaat’. Hierin beschrijf ik vijf van de faciliteiten op het ITER-terrein, in de hoop zo een beeld te geven van wat er allemaal komt kijken bij de bouw van een experimentele reactor van deze omvang.

De digitale versie van deze editie, met ook mooie verhalen over onder meer kunstmatige intelligentie, schimmel als materiaal en plasticrecycling, is te koop via ISSUU voor 7,50 euro. Op de site van De Ingenieur is gratis een voorproefje van mijn artikel te lezen.

Fusiereactor Wendelstein 7-X weer van start

Waar de reactor ITER in Zuid-Frankrijk een strakke donutvorm heeft, ziet Wendelstein 7-X er heel wat rommeliger uit: een soort wokkel die in een rondje is gelegd, met een vijftigtal ongewoon gevormde magneetspoelen eromheen. Dankzij de bijzondere constructie van de reactor – een stellerator – kan een plasma erin veel langer in stand blijven. Nieuwe hardware moet ervoor zorgen dat tijdens de run die afgelopen woensdag is begonnen een plasma van 100 seconden mogelijk wordt. Bovendien is de reactor uitgerust met meer camera’s en meetappartuur om het plasma in de gaten te houden.

Lees het hele bericht op de site van De Ingenieur.

Wil overigens zeker nog een keertje in een artikel wat dieper ingaan op Wendelstein 7-X, bijvoorbeeld naar aanleiding van een bezoek aan de reactor tijdens de volgende upgrade…? (Leest u mee, persoon die over dit soort dingen gaat?)

Big Science in De Ingenieur

Deze week verschenen: de nieuwe De Ingenieur – en als je eens één editie van dit blad wil proberen, laat het dan deze zijn.

De Ingenieur januari 2018Ik schreef namelijk het vijftien pagina’s tellende coververhaal over Big Science: grote wetenschappelijke installaties, vaak met budgetten van boven een miljard euro, om met name natuur- en sterrenkundige problemen aan te pakken.

Het artikel is opgedeeld in tweepaginaverhalen over de zwaartekrachtgolvendetector Einstein Telescope, de European Spallation Source in Zweden, neutrinodetector KM3NeT, kernfusiereactor ITER en de Square Kilometre Array. (Lees hier vast wat korte samenvattingen met mooie foto’s.) Daarop volgt dan nog een artikel over de volgende generatie deeltjesversnellers: wat komt er na de LHC?

Daarnaast schreef ik de rubriek ‘To do’ (lezingen, tentoonstellingen en andere activiteiten) en de boekrecensie over Life 3.0 van Max Tegmark – in totaal meer dan een kwart van het blad!

Niet iets wat ik gauw nog eens zie gebeuren overigens, en al dat schrijfwerk betekende bovendien dat ik in december een deel van de eindredactie uit handen heb moeten geven. (Er zijn grenzen aan wat ik op een dag gedaan krijg.) Maar toch: stiekem best trots!

De digitale versie van deze editie is hier te koop voor 7,50 euro.

‘Een fusiereactor is niet de Rolls-Royce onder de krachtcentrales’

Nu in de winkel: de nieuwe New Scientist (NL), met daarin een interview van mijn hand met Marco de Baar, hoofd kernfusieonderzoek bij het Nederlandse DIFFER.

Zijn boodschap: in tegenstelling tot wat populisten graag beweren, komt kernfusie te laat om een bijdrage te kunnen leveren aan een CO2-arme toekomst. Bovendien zijn fusiereactoren volgens De Baar überhaupt niet de ‘Rolls-Royces onder de energiecentrales’ die wetenschappers er aanvankelijk in zagen.

Interview Marco de Baar in New Scientist

Ook voor mij bevatte het interview een aantal eye-openers. Ik wist dat het nog wel even zou duren voordat kernreactoren stroom aan het net zouden leveren en dat deskundigen ze al een tijd niet meer zien als dé oplossing van het energieprobleem, maar blijkbaar was mijn beeld nog steeds wat te rooskleurig…

Lees het interview via Blendle of koop de nieuwste New Scientist-editie in de winkel.

Koude kernfusie in KIJK

Deze week verschenen: KIJK 8/2017. Met daarin een artikel van mij dat lang op zich heeft laten wachten, over koude kernfusie of, zoals het controversiële vakgebied tegenwoordig heet: low-energy nuclear reactions of LENR. Lees een voorproefje hier.

De ontstaansgeschiedenis van dit verhaal: alweer een heel aantal jaar geleden schreef ik voor KIJK een flink artikel over kernfusie, waarin ik koude fusie in een paar kaders min of meer wegzette als onzin. Daarmee deed ik op zich niets geks; zo denkt het overgrote deel van de natuurkundigen – en zéker van de plasmafysici – over het idee dat je fusiereacties bij kamertemperatuur kan laten plaatsvinden in plaats van bij 150 miljoen graden. Meer dan leuk als het zou kunnen, maar het kan niet. Jammer maar helaas.

Desondanks komt zo’n afwijzende houding je onvermijdelijk te staan op een hoop mails van koude-fusie-enthousiastelingen, die je – soms boos, soms vriendelijk – wijzen op alle veelbelovende resultaten die zijn geboekt sinds de scheikundigen Stanley Pons en Martin Fleischmann hun resultaten bekendmaakten, de wereld daarmee een onuitputtelijke energiebron beloofden, en in de maanden erna van hun voetstuk vielen. Prima, dacht ik: als ik had geschreven dat homeopathie of creationisme onzin is, had ik ook mensen achter me aan gekregen. Hoort bij het vak. Continue reading