Leven we in een computersimulatie?

Alles om ons heen is niet echt, maar een computersimulatie gerund door een of andere geavanceerde beschaving. Dat idee stond al aan de basis van de bijna twintig jaar oude sciencefictionfilm The Matrix, maar ook anno 2017 wordt er nog steeds driftig over gediscussieerd. Vooral in Silicon Valley raken ze er schijnbaar niet over uitgepraat. “Op een gegeven moment ging zo’n beetje élk gesprek dat ik voerde erover”, zei SpaceX- en Tesla-directeur Elon Musk onlangs nog in een interview.

Volgens Musk zelf is de kans trouwens ontzettend groot dat we in een simulatie leven. Zijn redenering: in ruim veertig jaar tijd zijn we van supersimpele computerspelletjes als Pong geëvolueerd naar fotorealistische, driedimensionale simulaties waar miljoenen mensen tegelijk in spelen. Trek je die ontwikkeling door naar de toekomst, dan hebben we over 10.000 jaar ‘games’ die op geen enkele manier van de werkelijkheid zijn te onderscheiden. “Die spellen kun je dan spelen op elke spelcomputer of pc, waarvan er waarschijnlijk miljarden zullen zijn”, vervolgt Musk. “Dan lijkt dus de kans dat we in de echte werkelijkheid leven, en niet in een van die games, één op een paar miljard.”

Toch verschenen er in september en oktober allerlei nieuwsberichten online die claimden dat wetenschappers hadden bewezen dat het heelal géén simulatie is. Kan iedereen die liever een mens van vlees en bloed is in plaats van een gamepersonage dus opgelucht ademhalen?

Lees mijn nieuwste aflevering in de reeks ‘Far out’ op de KIJK-site!

Energie winnen op Titan

Terwijl er nog behoorlijk wat werk moet worden verzet voordat we astronauten naar Mars kunnen sturen, denken de Amerikaanse planeetwetenschappers Amanda Hendrix en Yuk Yung al een stap verder. Wat zou ervoor nodig zijn om te overleven op Titan, de grootste maan van Saturnus? In een recent wetenschappelijk artikel proberen ze uit te vogelen hoe je daar de energie zou kunnen opwekken om een flinke nederzetting draaiende te houden.

Lees het hele artikel op de KIJK-site.

Gps ingezet om ‘foutjes in de ruimte’ te vinden

Het is misschien wel de grootste ‘inconvenient truth’ binnen de sterrenkunde: astronomen ontdekken steeds beter hoe ons heelal in elkaar steekt, maar wat donkere materie is, kunnen ze ons nog steeds niet vertellen. En dat terwijl we het hier allesbehalve over een randverschijnsel hebben; zo’n 85 procent van de massa in ons universum bestaat uit deze mysterieuze vorm van materie. Een team van Amerikaanse en Canadese wetenschappers heeft nu geprobeerd om donkere materie te identificeren op een verrassende manier: door handig gebruik te maken van het gps-netwerk dat de aarde omhult.

Lees het hele artikel op de KIJK-site.

Hoe snel kan een zwart gat rondtollen?

Terwijl het grote publiek Interstellar alweer een beetje is vergeten, is de sciencefictionfilm nog steeds een inspiratiebron voor wetenschappers. Zoals de Amerikaanse natuurkundigen Samuel Gralla, Scott Hughes en Niels Warburton. Onlangs plaatsten ze een artikel online met de titel ‘Inspirals into Gargantua’, een verwijzing naar het enorme zwarte gat dat een cruciale rol speelt in de blockbuster. Stel dat een zwart gat van dit type echt zou bestaan in ons heelal, zo vragen ze zich af. Kunnen we dat dan waarnemen?

Lees het volledige bericht op de KIJK-site.

Singulariteit oerknal te omzeilen dankzij complexe getallen?

De oerknal of Big Bang, daarmee zou het 13,8 miljard jaar geleden allemaal zijn begonnen. Tenminste, dat is wat de meeste sterrenkundigen je zullen vertellen. Een klein groepje wetenschappers vermoedt dat ‘het begin der beginnen’ eigenlijk een doorstart was van het vorige universum. Daarmee zou de Big Bang eigenlijk een zogenoemde ‘Big Bounce’ zijn geweest. Helaas is dat intrigerende scenario niet goed te verkennen met onze huidige natuurwetten. Maar de natuurkundigen Steffen Gielen en Neil Turok denken daar iets op te hebben gevonden.

Lees het hele artikel op de KIJK-site.

Ik vind dit soort artikelen over speculatieve natuur- of sterrenkundepapers trouwens hartstikke leuk om te maken – maar vraag me wel altijd af of de resulterende stukken niet toch wat lastig zijn voor de geïnteresseerde leek. Heb je daar een mening over, dan hoor ik die uiteraard graag!