Gepasseerde ontdekker pulsars krijgt alsnog miljoenenprijs

Yuri Milner heeft én geld over én een overduidelijke fascinatie voor bètawetenschap. En dus riep hij in 2012 de Breakthrough Prizes in het leven. Win je er daar een van, dan ontvang je maar liefst 3 miljoen dollar. Afgelopen week werd een van die prijzen ingezet om een gemiste kans van het Nobelcomité te corrigeren: sterrenkundige Jocelyn Bell Burnell kreeg een Special Breakthrough Prize in Fundamental Physics.

Roterende neutronensterren

Bell speelde ruim vijftig jaar geleden een sleutelrol in de ontdekking van pulsars, snel roterende neutronensterren, maar kreeg daar nooit een Nobelprijs voor, zo schreef ik vorig jaar in KIJK:

Onder de wetenschappers die volgens velen eigenlijk een Nobelprijs hadden moeten krijgen, bevinden zich de nodige vrouwen. Zo ook de Noord-Ierse sterrenkundige Jocelyn Bell Burnell. Met daarbij de belangrijke kanttekening dat ze zelf helemaal niet vindt dat ze de prijs had moeten krijgen.

Bell had aan de Universiteit van Cambridge de taak om onderzoek te doen naar quasars: heel heldere sterrenkundige bronnen waarvan we nu weten dat ze duiden op zich volvretende zwarte gaten. Maar op de letterlijk kilometers aan papier vol resultaten die ze in 1967 analyseerde, trof ze een gekke uitschieter aan: een piekje van een halve centimeter dat elke 1,3 seconde terugkeerde.

Daarmee stapte ze op haar begeleider af, Tony Hewish, die het piekje afdeed als een aardse storingsbron. Bell hield echter voet bij stuk en toen ze eenmaal meerdere van dit soort bronnen in de data had gevonden, durfden Hewish en collega’s het toch aan om een wetenschappelijke publicatie te wijden aan wat ze gekscherend little green men noemden.

Vervolgens wierp de pers zich op de astronomen, waarbij Hewish de inhoudelijke vragen kreeg en Bell werd gevraagd naar haar maten en hoeveel vriendjes ze al had gehad. Gelukkig had het journaille van die tijd ook nog een niet-seksistische bijdrage: de Daily Telegraph doopte het nieuwe verschijnsel pulsar, kort voor ‘pulserende radiobron’, een naam die bleef hangen.

Uiteindelijk bleken deze pulsars bizar snel roterende neutronensterren: de supercompacte overblijfselen van zware sterren waar niemand nog bewijs voor had gevonden. Een Nobelprijs waard? Jazeker, maar niet voor Bell: Hewish kreeg de prijs in 1974, samen met Martin Ryle, de leider van haar onderzoeksgroep.

Een schande, vonden veel sterrenkundigen – maar Bell zelf was het verrassend genoeg eens met de beslissing van het Nobelcomité. “Uiteindelijk is de begeleider verantwoordelijk voor het resultaat”, zei ze er later over. “Bovendien ben ik van mening dat Nobelprijzen alleen in heel uitzonderlijke gevallen moeten worden toegekend aan promovendi. En zo’n uitzonderlijk geval was dit niet.”

Bell lijkt er dus zelf nooit al te zwaar aan getild te hebben dat ze werd gepasseerd, maar nu wordt ze toch alsnog in het zonnetje zet. Saillant detail: 3 miljoen dollar is veel meer dan het bedrag dat is gemoeid met de Nobelprijs; dat is ongeveer 1 miljoen, dat je dan ook nog moet delen met de andere laureaten in dezelfde categorie. Wie het laatst lacht enzovoort, al zal Bell de laatste zijn om haar oud-promotor Hewish nu pesterig op te bellen. (Ryle is inmiddels overleden.)

Promotieplekken

Jocelyn Bell Burnell in 1967.

Jocelyn Bell Burnell in 1967.

Overigens gaat Bell het bedrag ook niet opfeesten. In plaats daarvan draagt ze het over aan het Institute of Physics, dat er promotieplekken mee gaat financieren voor studenten uit bevolkingsgroepen die ondergerepresenteerd zijn in de natuurkunde.

Kortom, prima keus van Milner c.s., ook omdat, laten we eerlijk zijn, Bell die Nobelprijs stiekem wel degelijk meer verdiende dan de twee mannen die hem kregen). 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *