KIJK 4/2012: Kernfusie, Erik Verlinde en Ron Fouchier

Nog even een tussentijdse plug: sinds twee weken ligt KIJK 4/2012 in de winkel, met daarin van mijn hand het twaalf (twaalf!) pagina’s tellende coververhaal over kernfusie. En mocht dat niet genoeg reden zijn om tot aanschaf over te gaan (WTF?), weet dan dat in hetzelfde nummer ook een dappere poging wordt gedaan om de theorie van de Nederlandse natuurkundige Erik Verlinde eindelijk eens behoorlijk uit te leggen. (Veel media hebben weliswaar over de theorie geschreven of gesproken, maar vertellen wat-ie nu precies inhoudt, daar wagen de meesten zich niet aan. Nou, wij wel.) En dan hebben we ook nog een mooi interview met Ron Fouchier, de man achter het aangepaste vogelgriepvirus dat zoveel tongen in beroering bracht. Kortom, reden genoeg om even die 4,99 euro te gaan spenderen in de dichtsbijzijnde ‘betere boekhandel’.

KIJK 4/2012

6 thoughts on “KIJK 4/2012: Kernfusie, Erik Verlinde en Ron Fouchier

  1. Hallo Jean-Paul,

    leuke site is dit. Ik had op de kijk.nl site ook al gereageerd op het fusie artikel. Ik wil graag even iets over “koude kernfusie” kwijt. Het blokje Fusiemisser3: Koude Kermis verteld namelijk maar de halve waarheid.

    Ik maak een lang verhaal kort en wil je graag verwijzen naar een artikel “Reviving Cold Fusion” dat jongsleden in the blad “Chemistry & Engineering News” (C&EN) van de American Chemical Society is verschenen (uitgave 14 mei pp 42-44).

    Er is na het Fleischmann-Pons debakel heel veel gebeurd in dit doodgezegde vakgebied. Ik zou het zeer op prijs stellen als de redactie van Kijk zich hier een beetje in zou verdiepen. Het is een geweldig verhaal, je zou het bijna een science-thriller kunnen noemen met mogelijk een heel ander slot dan iedereen had verwacht.

    Met vriendelijke groet,
    Gerrit

  2. Beste Gerrit,

    De vijf kaders bij het artikel over kernfusie behandelen elk een heel specifieke case, zoals ik ook aankondig op pagina 19: “Meer dan eens is van de daken geschreeuwd dat kernfusie binnen handbereik was – waarna de gedane claims al gauw weer moesten worden teruggetrokken. Verspreid over de komende pagina’s: een overzicht van de grootste teleurstellingen.” De teleurstelling die ik in het derde kader behandel, is het koudekernfusieonderzoek van Fleischmann en Pons uit 1989, dat – ik neem aan dat we het daarover eens zijn – de beloftes niet waar kon maken en de geschiedenisboeken in ging als een blammage. Dat er ruim twintig jaar later her en der andere wetenschappers zijn die op andere manieren kernfusie bij lage temperaturen proberen te bereiken (of zelfs claimen dat dit hen al is gelukt), is waar, maar past niet binnen de opzet van zo’n kader. Zie ook het tweede kader; dat behandelt alleen de onterechte claim van de Britse ZETA-reactor uit 1958, en niet wat latere pinch-fusiereactoren zoals de Amerikaanse Scylla wél voor elkaar hebben gekregen.

    Wel kun je van mening zijn dat ik in de lopende tekst meer aandacht had moeten besteden aan recent koudekernfusieonderzoek, nu meestal aangeduid met low energy nuclear reactions (LENR). Ik heb dat niet gedaan omdat het, volgens de bronnen die ik heb geraadpleegd, vaak erg onduidelijk en controversieel onderzoek betreft. Helaas heb ik geen toegang tot het artikel dat je noemt om te zien in hoeverre dat een ander beeld schetst. Mocht je het me kunnen bezorgen, dan houd ik me aanbevolen.

    Zelf had ik, als de tekst langer had mogen zijn, graag meer aandacht besteed aan de kleinere kernfusieprojecten die ik heel kort aanstip op pagina 26. Hieronder bijvoorbeeld General Fusion, een veel goedkopere poging om energie met kernfusie op te wekken dan de internationale reactor ITER. Dat idee is doorgelicht door fusiewetenschappers die nota bene zelf bij het ITER-traject betrokken zijn, en die hebben er geen gaten in kunnen schieten. Dat klinkt dus als een veelbelovend alternatief pad waarvan het niet verkeerd is dat het momenteel wordt bewandeld, en zo zijn er nog wel een paar te noemen. Maar dit zijn geen koudekernfusie-/LENR-projecten.

  3. Hallo Jean-Paul,

    bedankt voor je uitvoerige reactie. Ik ben het helemaal met je eens dat een kadertje niet de plaats is om alle facetten van koude kernfusie / LENR te belichten. Wat je geschreven hebt klopt inderdaad met de voorheersende mening zoals die in de meeste bronnen staat. Dat er vrijwel zeker toch meer aan de hand is kun je bijvoorbeeld in deze peer-reviewed “review” papers lezen, die zijn voor zover ik weet allemaal vrij toegankelijk op het internet:

    “Condensed Matter Nuclear Science : Cold Fusion” – Jean-Paul Biberian – Annales de la Fondation Louis de Broglie, Volume 29, Hors série 3, 2004

    “Progress in Condensed Matter Nuclear Science” – Xing Z. Li et.al. – Journal of Fusion Energy, Vol. 25, No. 3/4, December 2006

    “Condensed matter nuclear science (cold fusion): an update” – Jean-Paul Biberian – International Journal of Nuclear Energy Science and Technology Volume 3, Number 1/2007

    “Status of cold fusion (2010)” – Edmund Storms – Naturwissenschaften (2010) 97:861–881

    Er wordt door serieuze wetenschappers aan gewerkt, alhoewel (en helaas) op zeer kleine schaal:

    NASA is ermee bezig -> http://technologygateway.nasa.gov/media/CC/lenr/lenr.html
    De italiaanse ENEA heeft er een boek over gepubliceerd getiteld “COLD FUSION – The history of research in Italy – ENEA” -> http://www.sede.enea.it/com/ingl/New_ingl/publications/pdf/Cold_Fusion_Italy.pdf

    Nou heb ik denk ik genoeg geplugd. Ik zou het heel leuk vinden hier eens iets over te kunnen lezen. Juist de tegenoverstelling tussen de algemene mening over dit thema, die voornamelijk gebaseerd is op de geschiedenis van Fleischmann-Pons uit 1989 en de “verborgen” maar serieuze wetenschap die zich er sindsdien ermee bezighoudt maakt het zo interessant.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *