Journal of Cosmology houdt ermee op (of toch niet?)

Let op: dit is een licht geredigeerd oud bericht, dat ik op 10 maart 2011 op mijn vorige weblog publiceerde. Inmiddels lijkt het erop, in tegenstelling tot wat destijds werd aangekondigd, dat The Journal of Cosmology helemaal niet is gestopt. Daarom leek het mij zinnig om deze tekst met bedenkingen bij het online tijdschrift door te plaatsen naar mijn nieuwe site.

Eerder schreef ik op dit weblog over de schrijvers en redacteuren van het Journal of Cosmology (JoC) dat ze:

“een bont gezelschap [vormen] van mensen met een goede naam, en mensen die, hoe zal ik het zeggen, wat meer op de grens tussen wetenschap en pseudowetenschap opereren. Alles bij elkaar zou ik mijn collega-wetenschapsjournalisten dan ook willen adviseren dit tijdschrift met een korreltje zout te nemen.”

Inmiddels heeft JoC, na het nieuws gehaald te hebben met een sceptisch ontvangen onderzoek waarbij leven in meteorieten zou zijn aangetroffen, aangekondigd de handdoek in de ring te gooien, middels een persbericht dat wat mij betreft boekdelen spreekt. Zo lezen we dat JoC met zijn bestaan de conventionele publicaties in die mate bedreigde dat de site “het doelwit werd van wetenschappelijke tijdschriften en anderen die zich bedienden van illegale, criminele, anticompetitieve praktijken”. Verder nam JoC het op tegen de wetenschappelijke gemeenschap, die zo graag “gemakkelijk te weerleggen mythes in stand houdt en afwijkende meningen verplettert”. De NASA komt er ook niet bepaald goed vanaf: “De leiding is een ramp”, de organisatie is “alleen maar goed in de aftocht dekken en programma’s annuleren” en bestaat zelfs uit, jawel, “nincompoops and gutless wonders”.

Tja. Ik heb de beschuldigingen die het stervende blad hier om zich heen slingert niet nagetrokken, maar de toon en de stijl van het persbericht alleen al maken van JoC een club die moeilijk nog serieus te nemen is. En het is niet alleen deze opgefokte zwanenzang. Neem bijvoorbeeld dit fragment in een nieuwsbericht over Tyche, de kandidaat-planeet in de Oortwolk waar de Telegraaf onlangs zo over miskleunde:

“De toortsen- en hooivorkenmenigte, geleid door Phil Plait, roept dat het allemaal niet waar is. Maar ja, Plaits eigen beroemdste ontdekking was het terugvinden van een van zijn oude sokken toen die was kwijtgeraakt in de wasdroger.”

Weet daarbij dat één van de twee wetenschappers achter de Tyche-artikelen (overigens niet gepubliceerd in JoC) het blogbericht van Plait waar hier naar gerefereerd wordt juist de “meest gebalanceerde discussie” over het onderwerp heeft genoemd. Toortsen en hooivorken, indeed! Los daarvan is dit natuurlijk een ad hominem van jewelste, die je op zijn best op een of ander zuur weblog zou verwachten, niet onder een bericht van iets wat zichzelf als wetenschappelijk tijdschrift presenteert.

Daarbij, wat ik in mijn vorige blog niet eens vermeld heb: het Journal of Cosmology gaat voor een belangrijk gedeelte helemaal niet over kosmologie! Mogen we daar niet gewoon uit concluderen dat die naam alleen maar gekozen is om de indruk te wekken dat het hier om een Heel Serieus En Wetenschappelijk Blad Gaat, Echt!, en niet om de lading zo goed mogelijk te dekken?

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat alles wat JoC gepubliceerd heeft per definitie onzin is. Onder de redacteuren en schrijvers bevinden zich zoals gezegd wetenschappers die hun sporen wel verdiend hebben en die simpelweg afwijkende meningen koesteren of, zo je wilt, graag een proefballonnetje oplaten. Zo komt er nog een aflevering van het tijdschrift uit [inmiddels verschenen – JPK] met als hoofdredacteur Roger Penrose. Weliswaar iemand met allerlei niet-mainstream ideeën, maar niet iemand waar je zonder verder nadenken het stempel ‘crackpot’ op kunt drukken.

Maar goed. Ik was dus al uiterst sceptisch over de hele onderneming, en de hierboven geciteerde kreten (ik heb er inmiddels nog meer gevonden) zorgen er al helemaal voor dat ik geen traan zal laten over het verdwijnen van dit blad. Goed onderbouwde, maar binnen de wetenschappelijke gemeenschap minder populaire meningen moeten geventileerd kunnen worden; tuurlijk. Maar de manier waarop JoC van zich afbijt is zo ver van een academisch debat verwijderd – en zit zo dicht op de toon die gebruikelijk is bij doorgedraaide internetfora – dat ik er alleen maar mijn hoofd bij kan schudden.

One thought on “Journal of Cosmology houdt ermee op (of toch niet?)

  1. Het blad gaat inderdaad niet over kosmologie, maar wel over Cosmology met hoofdletter C. Zelf definiëren ze Cosmology als:

    Cosmology (from Greek κοσμολογία – κόσμος-, kosmos, “universe”; and -λογία, -logia-, “study”) is the study and understanding of existence in its totality, encompassing the infinite and eternal, and the origins and evolution of the cosmos, galaxies, stars, planets, earth, life, woman and man.

    The interdisciplinary Journal of Cosmology is devoted to the study of “cosmology” and is dedicated to those men and women of rare genius and curiosity who wish to understand more and more about more and more: The study of existence in its totality.

    De rest van de wetenschappers zijn maar kleingeestig, want: “those specialists [who] devote their lives to learning more and more about less and less”. Daarnaast zijn ze echt wel een goed tijdschrift en dat kunnen ze bewijzen:

    “The Journal of Cosmology now receives over 500,000 Hits per month, which makes the Journal of Cosmology among the top online science journals.”

    Grappig, want ze hebben weer andere cijfers bovenaan de pagina:

    “The Journal of Cosmology Receives Over 1,000,000 Hits and Over 50,000 Unique Readers Per Month.”

    Ik heb het gevoel dat ze het niet al te nauw nemen met cijfers. Dat is ook maar bekrompen om zo diep in te gaan op maar een klein detail zoals verifieerbare feiten. We hebben het hier immers om Cosmology met hoofdletter C!
    [Ad Hominem, of moet ik zeggen Ad Journalem?]

    [Source: http://journalofcosmology.com/About.html%5D

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *