Hawking en zijn al dan niet bestaande zwarte gaten

Toen op Twitter voorbij kwam dat Stephen Hawking een nieuwe paper had geschreven over de informatieparadox, spitste ik mijn spreekwoordelijke oren. Deels vanwege de naam Hawking, want alles wat de man zegt – hoe onorigineel ook – wordt breed uitgemeten in de pers. Maar vooral vanwege het onderwerp, een van de grote hete hangijzers binnen de natuurkunde, in combinatie met de naam Hawking. De informatieparadox, het gegeven dat zwarte gaten informatie lijken te vernietigen terwijl dat niet mag van de quantummechanica, werd namelijk in de jaren zeventig geïntroduceerd door Hawking, dus als die er weer iets over te melden heeft, is dat zeker interessant.

De paper in kwestie bleek vervolgens echter een korte tekst (zeker voor een artikel over de informatieparadox, die vaak tientallen pagina’s tellen) zonder vergelijkingen – waardoor je het niet echt een paper mag noemen. Bovendien was het niets meer dan de opgeschreven versie van een praatje dat Hawking afgelopen zomer al had gegeven – voor insiders geen nieuwe informatie dus.

Maar goed, besloot ik: we hebben in KIJK net zes pagina’s aan de informatieparadox gewijd, dus voor ons lezerspubliek leek het me nog wel aardig om er bij wijze van update een stukje aan te wijden. Dat uiteraard al gauw uitgroeide tot een stuk, want je kunt nu eenmaal niet in drie alinea’s iets zinnigs roepen over de informatieparadox. Een stuk, bovendien, waar ik uiteindelijk niet echt tevreden over was. Hawkings artikel was compact en ingewikkeld, en er was op dat moment geen populaire uitleg beschikbaar om me erdoorheen te leiden, waardoor mijn tekst én niet heel toegankelijk werd, én ik de angst hield dat ik belangrijke zaken over het hoofd had gezien, simpelweg omdat ik ze niet had begrepen.

Wel had ik Joe Polchinski gemaild, een fysicus van formaat en een van de auteurs van een belangrijk artikel over de informatieparadox, waarin het concept firewall wordt geïntroduceerd waar Hawking zich in zijn stuk met name tegen afzet. Helaas hielp Polchinski me niet aan een gedetailleerde uitleg van de belangrijkste elementen van Hawkings verhaal – iets wat ik ook nauwelijks van hem kon verwachten. Wel zei hij dat de kritiek die Hawking uitte op firewalls (ook toen hij zijn praatje gaf) in feite niet nieuw was. Dat gold wel voor het stukje aan het eind, waarin Hawking beweert – heel kort door de bocht geformuleerd – dat chaos ervoor zorgt dat zwarte gaten informatie lijken te vernietigen (wij kunnen uit de straling die ze uitzenden niet meer afleiden wat erin is gevallen), zonder dat daadwerkelijk te doen. Dat idee kan leken heel logisch in de oren klinken, zo heb ik inmiddels gemerkt, maar mensen als Polchinksi halen er min of meer hun schouders bij op. Hawking zégt het namelijk alleen maar in een paar zinnen; hij geeft er geen berekening of iets dergelijks bij. En dan blijft het voor fysici bij een proefballonnetje, dat eerst nog verder uitgewerkt moet worden voordat het een serieuze rol in de discussie mag spelen.

Maar goed, ik tikte dus mijn stukje, met daarin netjes de voorbehouden: het was een praatje van een halfjaar geleden, de argumenten tegen de firewall zijn niet nieuw, en het chaos-argument was niet voorzien van een wiskundige onderbouwing. Wel citeerde ik het ogenschijnlijk meest verrassende stukje van Hawkings paper:

“There are no black holes – in the sense of regimes from which light can’t escape to infinity.”

Maar, zo vervolgde ik, Hawking schreef ook:

“There are however apparent horizons which persist for a period of time.”

Ik interpreteerde dat als: oké, technisch gesproken kun je niet van een zwart gat spreken, maar er is wel iets dat zich een tijdlang (lees: een héél lange tijd) zo gedraagt. Een net-niet-zwart-gat dus.

Ik besloot vervolgens dit element niet tot de kop van het stukje te promoveren, ook al had “Hawking: zwarte gaten bestaan niet” het zeker goed gedaan. Dat is niet waar het om gaat, dacht ik; het enige dat je nog enigszins als nieuws kunt bestempelen, is dat chaos-idee als oplossing van de informatieparadox. Bovendien meende ik te begrijpen dat Hawking zwarte gaten eigenlijk helemaal niet afwees. (In de eerste versie van mijn tekst was dat achteraf bezien niet duidelijk genoeg; sindsdien heb ik het nog wat verder genuanceerd.) Later heb ik daar trouwens nog een discussie over gehad met een collega; die vond dat ik gewoon wél die zwarte-gaten-bestaan-niet-kop erboven had moeten zetten, om de aandacht te trekken, en het dan maar in de tekst had moeten nuaceren. Ik bleef dat net een brug te ver vinden gaan.

Vervolgens werd het artikel van Hawking breed opgepikt in de wereldwijde pers. Tot mijn verbazing, want ik dacht dat het feit dat het idee niet nieuw was – en toen het dat wel was ook al geen grote impact had gehad op de fysische gemeenschap – in combinatie met de ondoorgrondelijkheid van de tekst én de complexiteit van de informatieparadox, er wel voor zou zorgen dat de meeste journalisten ervan af zouden zien. Maar nee, want a) zoals gezegd is iets wat Hawking beweert altijd nieuws, en b) hij zegt in zijn tekst op een gegeven moment letterlijk ‘er zijn geen zwarte gaten’, en dat is nu eenmaal een statement waarbij wenkbrauwen omhoog gaan. En dus verschenen er tal van berichten die precies dat deden wat ik niet had gedaan: “Hawking: zwarte gaten bestaan niet” als nieuwsfeit brengen.

En nu zitten we in de volgende fase, waarin bloggers en media die nu pas over het onderwerp schrijven de media die sneller waren op hun vingers tikken. Begrijpelijk, want er moet inderdaad iets rechtgezet worden. Tegelijkertijd kan ik ook niet echt boos worden op mijn collega’s. Hawkings tekst is heel moeilijk te lezen – ik heb op zijn best the gist of it begrepen, en ik zit toch aardig in het onderwerp – en maakt zelf niet duidelijk: ‘dit gedeelte is achtergrondinformatie, en dit gedeelte is nieuw’. Daardoor is het niet vreemd dat een zinsnede richting het eind die én begrijpelijk is én voor de leek wereldschokkend lijkt, het schopt tot insteek. (Een andere mogelijkheid is dat een deskundige journalist die het verhaal wél begreep de zwarte-gaten-ontkenning naar voren haalde om hits te scoren. Ook dat snap ik, maar vind ik lastiger te verdedigen.)

Vraag is vervolgens hoe dit voorkomen had kunnen worden – maar daar heb ik geen goed antwoord op. De tekst waar iedereen mee aan de haal ging, is geen gepubliceerd wetenschappelijk artikel, maar een achteraf online geplaatst praatje. Dat daar geen persbericht bij is geschreven dat een en ander uitlegt en duidt, vind ik niet vreemd. Als universiteit wil je niet de verantwoordelijkheid nemen voor een stuk dat misschien in de peer review gaat sneuvelen, of een eenmansactie is van een van je medewerkers.

Je zou er dan voor kunnen pleiten om dit soort stukken maar niet meer vrij toegankelijk te maken (‘dat schept maar verwarring bij het grote publiek’), maar dan zou je het kind met het badwater weggooien. De openheid van de preprintserver arXiv.org is een groot goed; voor zowel journalisten, als het publiek, als de wetenschappelijke wereld. Maar ja, gevolg daarvan is dat soms de media aan de haal gaan met een halfbakken idee en door het gebrek aan beschikbare duiding daar net de verkeerde conclusies uit trekken.

Wat je als journalist natuurlijk wel kan (en moet) doen, is doorhebben dat iets je grotendeels boven de pet gaat en een wetenschapper aanschieten. Als wetenschapper kun je je voornemen om zo’n journalist zo goed mogelijk te helpen. Zo niet als persoonlijke gunst, dan wel om ervoor te zorgen dat je vakgebied zo correct mogelijk wordt weergegeven in de pers.

Al had dat in dit geval zeker niet alles opgelost. Ten eerste omdat ook lang niet elke natuurkundige de informatieparadox-soap goed genoeg volgt om Hawkings tekst helemaal te kunnen plaatsen. Ten tweede omdat lang niet elke natuurkundige waar dat wél voor geldt dat vervolgens goed kan uitleggen aan een journalist die er veel minder in zit. En ten derde omdat ook na een uitgebreide uitleg de verleiding om “Hawking: zwarte gaten bestaan niet” boven het stukje te plaatsen voor veel koppenmakers toch te groot zal blijken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *