Relativiteitstheorie versus kameleontheorieën

Afgelopen zomer waren ze weer eens overal online te lezen: koppen als ‘Einstein had gelijk! Algemene relativiteitstheorie weet opnieuw test te doorstaan’. Deze keer was de theorie op de pijnbank gelegd door te kijken naar het superzware zwarte gat in het centrum van ons sterrenstelsel, de Melkweg. Dat bleek de beweging van een nabije ster precies te beïnvloeden volgens de regels die Einstein meer dan honderd jaar geleden bedacht om de zwaartekracht te beschrijven. Je zou dan kunnen zeggen: nou, als die relativiteitstheorie zelfs prima klopt in de extreme omstandigheden in de buurt van een zwart gat, zal hij dus wel overal in het heelal opgaan. Maar dat hoeft niet zo te zijn. Misschien laten juist gebieden met heel wéínig zwaartekracht zien dat Einsteins theorie niet het hele verhaal is. En misschien werpt dat wel nieuw licht op een van de grote open vragen uit de sterrenkunde: waarom dijt het heelal steeds sneller uit?

Lees de nieuwste aflevering in serie ‘Far Out’ op de KIJK-site of koop het oktobernummer van KIJK in de winkel of online voor 6,25 euro.

Overigens kan ik melden dat ik deze rubriek mag blijven voortzetten, ook al ben ik sinds begin van deze maand eindredacteur van de Nederlandse New Scientist. Voor de rest vrees ik dat mijn freelancewerk op een erg laag pitje komt te staan; er zitten helaas maar zoveel uren in een week, waarvan ook nog eens een flink aantal wordt opgesoupeerd door onze dochter van anderhalf. Maar goed: een van mijn leukste klussen heb ik dus kunnen behouden.

Hebben zwarte gaten inderdaad geen haar?

Gek genoeg nog niet hier vermeld, maar: sinds begin van de maand ben ik eindredacteur van de Nederlandse editie van New Scientist! Later misschien meer over mijn overstap, voor nu even een siteberichtje dat ik afgelopen week schreef:

Een zwart gat heeft geen haar, zo nemen natuurkundigen al decennia aan. Wat ze daarmee bedoelen: een zwart gat wordt getypeerd door slechts drie eigenschappen, namelijk zijn massa, zijn draaiing en zijn elektrische lading. Twee zwarte gaten die hetzelfde wegen, even snel in het rond bewegen en dezelfde lading hebben, zijn dus identiek. Het maakt niet uit hoe ze zijn ontstaan of wat ze in de loop der tijd naar binnen hebben getrokken. Natuurkundigen Matthew Giesler en Maximiliano Isi zijn er nu samen met anderen in geslaagd die stelling te testen.

Lees het hele bericht op de site van New Scientist!

Leuk om te merken dat een nieuwsbericht als dit behoorlijk goed scoort onder de bezoekers. Qua interesses heb ik dus in elk geval een boel met mijn nieuwe publiek gemeen.

Halo-drive: ruimteschepen versnellen met zwarte gaten

De grote makke van een ruimteschip versnellen is dat je er in de regel brandstof voor nodig hebt. Die moet je dus meenemen – wat je ruimteschip zwaarder maakt. Maar als je een zwaarder ruimteschip wilt versnellen, heb je meer brandstof nodig. Die je ook weer moet meenemen, waardoor je ruimteschip nog zwaarder wordt, enzovoort. Kortom: als je een beetje groot ruimteschip een beetje snel wilt laten gaan, kom je al gauw in de problemen. Tenzij je de benodigde energie niet uit meegebrachte brandstof haalt, maar uit  iets anders. David Kipping, astronoom aan de Columbia-universiteit in New York, heeft misschien wel de meest extreme vorm daarvan bedacht: een ruimteschip dat versnelt dankzij twee om elkaar heen bewegende zwarte gaten.

Lees de nieuwste aflevering van mijn rubriek ‘Far Out’ op de KIJK-site. Die overigens gemakkelijk te vullen blijft; gekke ideeën uit de natuur- en sterrenkunde genoeg. Maar leuke suggesties zijn altijd welkom, natuurlijk.

Loopt de computerchip tegen zijn grenzen aan?

Hoe lang is de Wet van Moore nog houdbaar, de vuistregel die stelt dat elke twee jaar het aantal transistors op een chip verdubbelt? Oftewel: hoe lang kunnen we onze computers nog krachtiger maken? Die vraag staat centraal in het acht pagina’s tellende coververhaal dat ik schreef voor het deze week verschenen nummer van KIJK. Continue reading

Gaat NASA over vijf jaar weer naar de maan?

De Ingenieur juli 2019Vandaag vijftig jaar geleden werd de Apollo 11-missie gelanceerd – en over vijf jaar hoopt NASA weer zoiets voor elkaar te krijgen. Moet kunnen, zou je zeggen; we zijn inmiddels zoveel verder qua techniek dan in de jaren zestig…

Maar dat valt tegen. Hoewel NASA de afgelopen maanden serieus de mouwen lijkt op te stropen om het Artemis-programma letterlijk en figuurlijk van de grond te krijgen, moet er in de praktijk nog zóveel gebeuren dat het zeer de vraag is of 2024 wel haalbaar is. Zeker als die maanlanding geen vlaggenplantmissie moet worden, maar het opstapje naar een bemande reis naar Mars.

Ik schreef er het coververhaal over voor het huidige nummer van De Ingenieur. De digitale versie van het tijdschrift is hier te koop voor 7,50 euro. Een bewerkt fragment kun je lezen op de site van het tijdschrift.

Titan krijgt bezoek van drone Dragonfly

Waar onze maan een kaal, bekraterd oppervlak en nauwelijks een atmosfeer heeft, is Titan bezaaid met zeeën van vloeibaar methaan en omhuld door een dichte dampkring. NASA wil deze intrigerende wereld nu van dichtbij bekijken met de drone Dragonfly.

Lees er meer over op de site van De Ingenieur.

Cool project; zelf wel blij dat het deze missie is geworden en niet CAESAR, waarbij een sample van komeet 67P – eerder bezocht door de Europese Rosetta-missie – naar de aarde zou worden gebracht. Ongetwijfeld superwaardevol, maar voelt toch wat meer als been there, done that

Nederland in de race voor hardware detector zwaartekrachtgolven

Als alles goed gaat, wordt in 2034 LISA gelanceerd, een ruimte-observatorium bestaand uit drie onbemande ruimtescheepjes die in formatie achter de aarde aan vliegen. Door hun onderlinge afstanden van 2,5 miljoen kilometer nauwlettend in de gaten te houden, moeten deze scheepjes in staat zijn om zwaartekrachtgolven te detecteren. Op twee punten hopen Nederlandse instituten en partijen bij te dragen aan de hardware van deze missie, geleid door de Europese ruimtevaartorganisatie ESA.

Lees het hele bericht op de site van De Ingenieur.

Kunnen we met genetica een ruimtemens maken?

Ik schreef al eerder artikelen voor Quest Historie, de vraag-en-antwoordspecial Quest 101 en het in samenwerking met NWO gemaakte boekje/katern Experiment NL, maar nu sta ik dan eindelijk ook een keer in de ‘echte’ Quest: in het juninummer vind je mijn artikel over de vraag of de mens genetisch is aan te passen aan de ruimte.

Want tja, eigenlijk zijn we helemaal niet zo geschikt voor een lang verblijf aan boord van een ruimteschip of op een andere planeet. En waar de oplossing bij NASA meestal in de hoek van de techniek wordt gezocht, is er nu in de VS ook een groepje genetici dat de mogelijkheid naar voren schuift om aan onszelf te sleutelen. Continue reading

Hoe snel kan een beschaving ons sterrenstelsel koloniseren?

In discussies over intelligent buitenaards leven steekt hij geregeld de kop op: de zogenoemde Fermi-paradox, voor het eerst geopperd in 1950. Die stelt: als er in ons sterrenstelsel, de Melkweg, beschavingen zijn van buitenaardse wezens die op een gegeven moment een manier vinden om naar de planeten bij andere sterren te reizen, waarom heeft zo’n beschaving zich dan nog nooit hier bij de aarde gemeld? Heel wat wetenschappers hebben geprobeerd die vraag te beantwoorden. Nu doet de Amerikaanse astronoom Jonathan Carroll-Nellenback samen met drie collega’s een nieuwe duit in het zakje. Zijn troef: een geavanceerde computersimulatie die laat zien hoe snel een beschaving een heel sterrenstelsel kan koloniseren, en wat er daarna gebeurt.

Lees de nieuwste aflevering van mijn serie Far Out, over speculatieve ideeën uit de natuur- en sterrenkunde, op de site van KIJK.

Ook te vinden in het juninummer van het blad, trouwens; hier te bestellen voor 6,25 euro. Verder van mijn hand in dezelfde editie: een zes pagina’s achtergrondartikel over het veelbesproken zwarte-gat-plaatje van de Event Horizon Telescope, waarover ik eerder dit nieuwsbericht schreef.