Halo-drive: ruimteschepen versnellen met zwarte gaten

De grote makke van een ruimteschip versnellen is dat je er in de regel brandstof voor nodig hebt. Die moet je dus meenemen – wat je ruimteschip zwaarder maakt. Maar als je een zwaarder ruimteschip wilt versnellen, heb je meer brandstof nodig. Die je ook weer moet meenemen, waardoor je ruimteschip nog zwaarder wordt, enzovoort. Kortom: als je een beetje groot ruimteschip een beetje snel wilt laten gaan, kom je al gauw in de problemen. Tenzij je de benodigde energie niet uit meegebrachte brandstof haalt, maar uit  iets anders. David Kipping, astronoom aan de Columbia-universiteit in New York, heeft misschien wel de meest extreme vorm daarvan bedacht: een ruimteschip dat versnelt dankzij twee om elkaar heen bewegende zwarte gaten.

Lees de nieuwste aflevering van mijn rubriek ‘Far Out’ op de KIJK-site. Die overigens gemakkelijk te vullen blijft; gekke ideeën uit de natuur- en sterrenkunde genoeg. Maar leuke suggesties zijn altijd welkom, natuurlijk.

Loopt de computerchip tegen zijn grenzen aan?

Hoe lang is de Wet van Moore nog houdbaar, de vuistregel die stelt dat elke twee jaar het aantal transistors op een chip verdubbelt? Oftewel: hoe lang kunnen we onze computers nog krachtiger maken? Die vraag staat centraal in het acht pagina’s tellende coververhaal dat ik schreef voor het deze week verschenen nummer van KIJK. Continue reading

Gaat NASA over vijf jaar weer naar de maan?

De Ingenieur juli 2019Vandaag vijftig jaar geleden werd de Apollo 11-missie gelanceerd – en over vijf jaar hoopt NASA weer zoiets voor elkaar te krijgen. Moet kunnen, zou je zeggen; we zijn inmiddels zoveel verder qua techniek dan in de jaren zestig…

Maar dat valt tegen. Hoewel NASA de afgelopen maanden serieus de mouwen lijkt op te stropen om het Artemis-programma letterlijk en figuurlijk van de grond te krijgen, moet er in de praktijk nog zóveel gebeuren dat het zeer de vraag is of 2024 wel haalbaar is. Zeker als die maanlanding geen vlaggenplantmissie moet worden, maar het opstapje naar een bemande reis naar Mars.

Ik schreef er het coververhaal over voor het huidige nummer van De Ingenieur. De digitale versie van het tijdschrift is hier te koop voor 7,50 euro. Een bewerkt fragment kun je lezen op de site van het tijdschrift.

Titan krijgt bezoek van drone Dragonfly

Waar onze maan een kaal, bekraterd oppervlak en nauwelijks een atmosfeer heeft, is Titan bezaaid met zeeën van vloeibaar methaan en omhuld door een dichte dampkring. NASA wil deze intrigerende wereld nu van dichtbij bekijken met de drone Dragonfly.

Lees er meer over op de site van De Ingenieur.

Cool project; zelf wel blij dat het deze missie is geworden en niet CAESAR, waarbij een sample van komeet 67P – eerder bezocht door de Europese Rosetta-missie – naar de aarde zou worden gebracht. Ongetwijfeld superwaardevol, maar voelt toch wat meer als been there, done that

Nederland in de race voor hardware detector zwaartekrachtgolven

Als alles goed gaat, wordt in 2034 LISA gelanceerd, een ruimte-observatorium bestaand uit drie onbemande ruimtescheepjes die in formatie achter de aarde aan vliegen. Door hun onderlinge afstanden van 2,5 miljoen kilometer nauwlettend in de gaten te houden, moeten deze scheepjes in staat zijn om zwaartekrachtgolven te detecteren. Op twee punten hopen Nederlandse instituten en partijen bij te dragen aan de hardware van deze missie, geleid door de Europese ruimtevaartorganisatie ESA.

Lees het hele bericht op de site van De Ingenieur.

Kunnen we met genetica een ruimtemens maken?

Ik schreef al eerder artikelen voor Quest Historie, de vraag-en-antwoordspecial Quest 101 en het in samenwerking met NWO gemaakte boekje/katern Experiment NL, maar nu sta ik dan eindelijk ook een keer in de ‘echte’ Quest: in het juninummer vind je mijn artikel over de vraag of de mens genetisch is aan te passen aan de ruimte.

Want tja, eigenlijk zijn we helemaal niet zo geschikt voor een lang verblijf aan boord van een ruimteschip of op een andere planeet. En waar de oplossing bij NASA meestal in de hoek van de techniek wordt gezocht, is er nu in de VS ook een groepje genetici dat de mogelijkheid naar voren schuift om aan onszelf te sleutelen. Continue reading

Hoe snel kan een beschaving ons sterrenstelsel koloniseren?

In discussies over intelligent buitenaards leven steekt hij geregeld de kop op: de zogenoemde Fermi-paradox, voor het eerst geopperd in 1950. Die stelt: als er in ons sterrenstelsel, de Melkweg, beschavingen zijn van buitenaardse wezens die op een gegeven moment een manier vinden om naar de planeten bij andere sterren te reizen, waarom heeft zo’n beschaving zich dan nog nooit hier bij de aarde gemeld? Heel wat wetenschappers hebben geprobeerd die vraag te beantwoorden. Nu doet de Amerikaanse astronoom Jonathan Carroll-Nellenback samen met drie collega’s een nieuwe duit in het zakje. Zijn troef: een geavanceerde computersimulatie die laat zien hoe snel een beschaving een heel sterrenstelsel kan koloniseren, en wat er daarna gebeurt.

Lees de nieuwste aflevering van mijn serie Far Out, over speculatieve ideeën uit de natuur- en sterrenkunde, op de site van KIJK.

Ook te vinden in het juninummer van het blad, trouwens; hier te bestellen voor 6,25 euro. Verder van mijn hand in dezelfde editie: een zes pagina’s achtergrondartikel over het veelbesproken zwarte-gat-plaatje van de Event Horizon Telescope, waarover ik eerder dit nieuwsbericht schreef.

Telescopennetwerk brengt zwart gat in beeld

Je zou het bijna vergeten met alle plaatjes van zwarte gaten in sterrenkundeboeken en op websites, maar het was sterrenkundigen nog nooit gelukt daadwerkelijk een zwart gat te fotograferen. Dat wil zeggen: tot gisteren het onderstaande beeld werd vrijgegeven tijdens zes simultane persconferenties. De foto is het werk van de Event Horizon Telescope. Niet één telescoop, zoals de naam doet vermoeden, maar een samenwerking van acht radiotelescopen. Door hun data te combineren, konden ze fungeren als een virtuele telescoop ter grootte van de aarde; groot genoeg om een zwart gat waar te nemen.

Lees het hele bericht op de site van De Ingenieur.

Zwart gat in beeld gebracht door EHT

Ontstonden tijdens de oerknal ook een anti-heelal?

Wat was er voor de oerknal? Niets, zullen de meeste kosmologen zeggen. Toen ons heelal zo’n 13,8 miljard jaar geleden werd geboren, markeerde dat het begin van de tijd. En van iets wat gebeurde voordat de tijd begon te lopen, kun je niet spreken. Net zomin als je het kunt hebben over iets wat ten noorden van de Noordpool ligt. Toch zijn er wetenschappers die wel degelijk speculeren over een heelal voor het onze. De van origine Zuid-Afrikaanse natuurkundige Neil Turok bijvoorbeeld, die onlangs met zijn collega’s Latham Boyle en Keiran Finn een nieuwe variant op dat idee publiceerde. In dit artikel stelt het drietal dat er bij de oerknal twee heelallen ontstonden. Of eigenlijk: één gewoon heelal en één terug in de tijd reizend anti-heelal.

Lees de nieuwste aflevering van mijn rubriek Far Out op de KIJK-site.